Raad van State - 223.240 - 23-04-2013

Samenvatting

Schendt artikel 8 Wet Buitenlandse Werknemers van 30 april 1999 artikel 191 van de Grondwet gelezen in combinatie met artikel 23 van de Grondwet waar hij de Koning machtigt om bij koninklijk besluit besproken door de Ministerraad de categorieën, de voorwaarden voor toekenning, geldigheid, uitbreiding, verlenging, weigering en intrekking van arbeidsvergunningen en arbeidskaarten te bepalen terwijl artikel 191 van de Grondwet aan de wetgever voorbehoudt om verschillen in behandeling te voorzien die vreemdelingen benadelen in kader van bescherming aan personen en goederen?