Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 103.321 - 23-05-2013

Samenvatting

De verplichtingen die voortvloeien uit artikel 8 EVRM zijn net als bij alle anderen bepalingen van het EVRM garanties een geen loutere intentieverklaringen of praktische regelingen. Anderzijds prevaleert dit artikel op de bepalingen van de Vreemdelingenwet. De administratieve overheid moet, als zij een beslissing neemt, een zo nauwkeurig mogelijk onderzoek doen van de zaak, rekening houden met de omstandigheden die zij kent of moest kennen op dat ogenblik. 
Hier blijkt uit het administratief dossier dat de ouders van de verzoekende partijen op het grondgebied verblijven en dat ze wel degelijk een gezin vormen in de zin van artikel 8 EVRM. Dit wordt ook niet formeel tegengesproken. Noch uit de bestreden beslissing, noch uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij een zo nauwkeurig mogelijk onderzoek van de zaak deed en dat zij een belangenafweging deed. Zij kende de specifieke elementen van de zaak, met name de omstandigheid dat de echtgenoot en vader van de verzoekende partijen het statuut van subsidiaire bescherming kreeg van de Belgische asielinstanties.