Samenvatting
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen heeft als annulatierechter een marginale toetsingsbevoegdheid voor wat betreft de beoordeling van de in artikel 12bis bedoelde “bijzondere omstandigheden”. Hier hij vastgesteld dat op 1 september en op 1 oktober 2010 telkens een gemotiveerde beslissing tot uitstel is genomen, doch hij heeft die motivering niet als annulatierechter onderzocht. Hij heeft zich in het bestreden arrest beperkt tot de algemene vaststelling dat de verwerende partij tijdens de behandelingsperiode, wanneer de einddatum nog niet in zicht is, de behandelingsduur van de visumaanvraag niet “preventief” mag verlengen. Op die wijze heeft de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen artikel 12bis, § 2, van de Vreemdelingenwet geschonden. De vraag of de beslissingen tot uitstel al dan niet behoorlijk aan de betrokkene ter kennis zijn gebracht, doet daar geen afbreuk aan. Het eerste middel is in die mate gegrond en die vaststelling volstaat voor de vernietiging van het bestreden arrest.