Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 98.785 - 14-03-2013

Samenvatting

Een tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet is een vorm van maatschappelijke dienstverlening (sociale bijstand) onder de vorm van sociale tewerkstelling betreft waarvan het doel er in bestaat om iemand die uit de arbeidsmarkt is gestapt of gevallen, terug in te schakelen in het stelsel van de sociale zekerheid en in het arbeidsproces. Kortom, een tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet is bedoeld om de overgang te maken van het sociale bijstandsstelsel naar het sociale zekerheidsstelsel. Het betreffen aldus middelen verkregen uit het sociale bijstandsstelsel, die ook slechts tijdelijk kunnen worden genoten, die in wezen niet worden meegeteld bij de inkomsten gelet op artikel 10, § 5, tweede lid, 2° van de Vreemdelingenwet (cf. RvS 20 november 2012, nr. 9224 (c)).
Verweerder geeft in de bestreden beslissing op correcte wijze aan dat, wat de regelmatigheid van de inkomsten betreft, een tewerkstelling in het kader van artikel 60 van de OCMW-wet slechts tijdelijk is. Zoals blijkt uit artikel 60, § 7 van de OCMW-wet mag de tewerkstelling in geen geval langer zijn dan de periode die voor de tewerkgestelde persoon nodig is om gerechtigd te worden op volledige sociale uitkeringen.
Op grond van hetgeen voorafgaat, komt het niet kennelijk onredelijk voor waar de gemachtigde van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding in de bestreden beslissing oordeelt dat op grond van een inkomen van verzoeksters partner uit een tewerkstelling in het kader van artikel 60, § 7 van de OCMW-wet niet op voldoende wijze blijkt dat de vervoegde vreemdeling (nog) beschikt over de vereiste stabiele en regelmatige inkomsten om het gezin te onderhouden en te voorkomen dat het gezin ten laste valt van de openbare overheden. Het betoog van verzoekster waarbij zij ingaat op de redenen waarom haar partner een tewerkstelling startte in het kader van artikel 60, § 7 van de OCMW-wet kunnen hieraan geen afbreuk doen