Samenvatting
De verzoekster deed een verblijfsaanvraag als economisch niet-actieve unieburger. Ze ondersteunde de aanvraag met een verlenging van haar arbeidsovereenkomst voor een jaar, drie loonfiches waaruit blijkt dat ze van oktober tot en met november 1273,63, 1283,72 en 2492,89 euro netto verdiende en een bewijs van ziektekostenverzekering.
De weigeringsbeslissing geeft geen concreet drempelbedrag aan waarboven haar inkomen zou moeten liggen om niet ten laste te vallen van het sociale bijstandsstelsel. Ze geeft ook niet aan wat het concrete gemiddelde inkomen is van verzoekster. Verzoekster berekent zelf haar gemiddeld inkomen en ze is van oordeel dat dit hoger ligt dan het referentiebedrag van het leefloon voor iemand in een gelijkaardige gezinssituatie.
De bestreden beslissing zegt dat “de loonstroken aan[tonen] dat het bedrag van haar maandelijks nettoloon lager ligt dan het bedrag waarover zij moet beschikken om te vermijden dat zij en haar gezinsleden ten laste vallen van het sociale bijstandsstelsel van het Rijk”. Het is kennelijk onredelijk dat de DVZ op die basis oordeelde dat verzoekster niet beschikte over voldoende bestaansmiddelen om niet ten laste te vallen van het sociale bijstandsstelsel. Verzoekster mag een berekening van haar nettoloon verwachten en het concrete drempelbedrag waarover zij moet beschikken om te vermijden dat zij en haar gezinsleden ten laste vallen van het sociale bijstandsstelsel van het Rijk. De DVZ gaat niet in tegen verzoeksters eigen berekening van haar netto-inkomen en het drempelbedrag, noch tegen haar betoog dat haar inkomsten “hoger [liggen] dan het referentiebedrag van het leefloon voor iemand in haar gezinssituatie”.