Samenvatting
In ’s Raads arrest nummer 114 238 van 21 november 2013, dat kracht van gewijsde heeft, werd het volgende gesteld: “De uitsluitingsbepaling van artikel 1 F (a) van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951 dient derhalve strikt geïnterpreteerd te worden en kan niet worden toegepast louter op basis van informatie over de algemene toestand in de detentiecentra in Irak op het ogenblik van de uitoefening van verzoekers functies aldaar zonder dat er specifiek wordt ingegaan op de concrete omstandigheden en de specifieke situatie van het detentiecentrum Victory Camp waar verzoeker was tewerkgesteld.” De Raad stelt vast dat de bestreden beslissing andermaal grotendeels gebaseerd is op informatie over de algemene toestand in de detentiecentra in Irak op het ogenblik van de uitoefening van verzoekers functies aldaar. Er wordt immers nog steeds geen concrete informatie teruggevonden in het administratief dossier wat betreft de omstandigheden in het Camp Victory waar verzoeker tewerkgesteld was. Uit de door verzoeker bijgebrachte krantenknipsels over Camp Victory (stuk 7) kan alleszins niet worden afgeleid dat er in dit complex sprake was van misdrijven tegen de menselijkheid. Verweerder brengt bovendien geen stukken bij waaruit blijkt dat deze informatie onjuist is. Uit deze krantenknipsels blijkt tevens dat het Camp Victory Complex een belangrijke schakel was in de Amerikaanse aanwezigheid in Irak, zodat het niet onaannemelijk is dat het toezicht op het naleven van de mensenrechten bij ondervragingen er na het schandaal van Abu Ghraib in 2004 inderdaad scherper werd. Hierbij komt nog dat, zoals blijkt uit de door verweerder toegevoegde landeninformatie, er in Camp Victory in 2003 eveneens een schandaal is uitgebroken dat in de media werd besproken, hetgeen doet vermoeden dat de naleving van de mensenrechten in Camp Victory hoger op de agenda kwam te staan. Bijgevolg volstaat de aan het administratief dossier toegevoegde algemene informatie met betrekking tot de situatie in detentiecentra in Irak (zie map ‘Landeninformatie’), mede gelet op de hoger vermelde strikte interpretatie van de uitsluitingsbepaling van artikel 1, F van het Verdrag van Genève van 28 juli 1951, niet om te komen tot het besluit dat verzoeker heeft deelgenomen aan of medeverantwoordelijk is voor misdrijven tegen de menselijkheid.