Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 135.755 - 22-12-2014

Samenvatting

Verzoeker beperkt zich voorts tot de algemene kritiek dat “zijn land van herkomst niet als veilig mocht beschouwd worden”.
 
De Raad wijst er echter op dat het niet tot zijn bevoegdheid behoort om zich uit te spreken over de inhoud, juistheid en rechtsgeldigheid van de lijst van veilige landen van herkomst, die werd vastgelegd
bij het koninklijk besluit van 24 april 2014 tot uitvoering van het artikel 57/6/1, vierde lid van de vreemdelingenwet, houdende de vastlegging van de lijst van veilige landen van herkomst.
 
Verzoeker uit zeer algemeen kritiek op het feit dat zijn land van herkomst als veilig land van herkomst in de zin van artikel 57/6/1 van de vreemdelingenwet wordt beschouwd, zonder evenwel concrete elementen bij te brengen om/in een poging de analyse van het Commissariaat-generaal op basis waarvan Macedonië werd opgenomen in voormelde lijst van veilige landen van herkomst te ontkrachten of te weerleggen. Hij maakt dan ook geenszins aannemelijk en toont niet in het minst in concreto aan dat de informatie waarop de commissaris-generaal zich baseert onjuist zou zijn, en voormelde lijst niet correct. Bijgevolg kan men niet zonder meer stellen dat Macedonië niet als veilig land kan worden beschouwd. De Raad wijst er overigens op dat de bescherming die de nationale overheid biedt, daadwerkelijk moet zijn. Ze hoeft echter niet absoluut te zijn en bescherming te bieden tegen elk feit begaan door derden (RvS 21 februari 2007, nr. 168.034). De autoriteiten hebben de plicht om burgers te beschermen, maar deze plicht houdt geenszins een resultaatsverbintenis in (RvS 12 februari 2014, nr. 226.400).