Raad van State - 230.001 - 28-01-2015

Samenvatting

De opdracht van de voogd betreft niet enkel de vertegenwoordiging van de niet-begeleide minderjarige in het kader van alle rechtshandelingen en procedures bedoeld in de wetten betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, maar ook de vertegenwoordiging in het kader van alle andere bestuurlijke of gerechtelijke procedures. Verder zorgt de voogd er onder meer voor dat de minderjarige onderwijs kan volgen en passende psychologische bijstand en medische verzorging krijgt, dat maatregelen worden genomen die vereist zijn om de minderjarige een passende huisvesting te bieden, neemt hij maatregelen om de familieleden van de minderjarige op te sporen en beheert hij de goederen van de minderjarige. (artikelen 9 tot en met 11 van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de Programmawet (I) van 24 december 2002) De erkenning als vluchteling wordt niet vermeld bij de gevallen waarin de voogdij van rechtswege wordt beëindigd (artikel 24 van
dezelfde wet).
 
Derhalve volstaat de erkenning als vluchteling op zich niet om te besluiten tot het verlies van het rechtens vereiste belang in hoofde van verzoeker bij het aanvechten van de bestreden beslissing. De exceptie wordt verworpen.
 
Naar luid van artikel 7, § 1, van Titel XIII, Hoofdstuk 6 “Voogdij over niet-begeleide minderjarige vreemdelingen” van de Programmawet (I) van 24 december 2002 laat de dienst Voogdij, indien hij twijfel koestert omtrent de leeftijd van de betrokken persoon, onmiddellijk een medisch onderzoek door
een arts uitvoeren teneinde na te gaan of die persoon al dan niet jonger is dan achttien jaar. Artikel 7, § 2 van die wet bepaalt dat, indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de betrokkene jonger is dan achttien jaar en mits voldaan is aan enkele voorwaarden, een voogd wordt aangewezen. Indien uit het medisch onderzoek blijkt dat de persoon in kwestie de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, dan vervalt de plaatsing onder de hoede van de dienst Voogdij van rechtswege. Het medisch onderzoek is aldus door de wet ingesteld als ultiem bewijsmiddel om na te gaan of de betrokkene al dan niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt indien er twijfel is omtrent zijn leeftijd.
 
Verzoeker ontwikkelt een algemene kritiek op het medisch onderzoek, doch hij toont niet aan dat het medisch onderzoek te dezen ondeskundig, onbetrouwbaar of niet correct is. Zo blijkt dat de arts eventuele afwijkingen ten gevolge van genetische, etnische of andere factoren heeft opgevangen door een standaarddeviatie te hanteren. De wetgever heeft met de medische leeftijdstest overigens niet de bedoeling gehad de exacte leeftijd van de betrokkene te laten achterhalen doch enkel uitsluitsel te krijgen of de betrokkene al dan niet de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
 
Verzoeker ontkracht aldus niet dat het medisch onderzoek met de vereiste deskundigheid is gebeurd en dat de arts bij de beoordeling van de objectieve gegevens die hem voorlagen, rekening heeft gehouden met alle gegevens die in de huidige stand van de wetenschap gemeenzaam worden aanvaard. Hij toont derhalve niet aan dat de materiëlemotiveringsplicht of de zorgvuldigheidsplicht wat dat betreft met de bestreden beslissing zijn geschonden.