Samenvatting
Verzoeker voert aan dat deze motivering niet draagkrachtig is. Hij voert aan dat de winkeldiefstal slechts enkele kledingstukken betrof en dat hij slechts werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 10 maanden en dat het motief van een ernstige aantasting van de openbare orde of een gevaar voor de openbare veiligheid geen steun kan vinden in dit enkele motief.
De Raad merkt op dat de bestreden beslissing verwijst naar een enkele correctionele veroordeling en dat de vage verwijzingen naar “misdadige activiteiten” en “crimineel gedrag” niets wezenlijks toevoegt aan die motivering. Waar wordt verwezen naar het feit dat de gepleegde winkeldiefstal een economisch winstgevend karakter heeft, rijst de vraag of niet elke diefstal uit winstbejag voorkomt. Dit motief voegt evenmin iets toe aan de vaststelling dat verzoeker diefstal heeft gepleegd. Aan het administratief dossier werd niet het vonnis toegevoegd op basis waarvan verzoeker werd veroordeeld, zodat niet kan worden nagegaan hoe zwaarwichtig de feiten waren die tot de veroordeling hebben geleid. Het komt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen in het kader van zijn annulatiebevoegdheid ex artikel 39/2, §2 van de vreemdelingenwet, niet toe deze beoordeling over te doen.
De bestreden beslissing verwijst enkel naar het feit dat verzoeker werd veroordeeld tot tien maanden gevangenisstraf wegens winkeldiefstal. Uit de overige motieven blijkt niet dat, zoals hoger gesteld, werd overgegaan tot een individueel onderzoek, rekening houdend met alle elementen van de zaak. Aldus kan niet aan de hand van de motieven in de bestreden beslissing worden vastgesteld waarop de keuze van de termijn van zes jaar berust. In die mate is het middel gegrond.