Samenvatting
Verzoekende partij betwist in essentie de vaststelling dat zij zou persisteren in illegaal verblijf en wijst op de demarches die zij al ondernomen heeft om wel vrijwillig te vertrekken. Het feit dat zij niet vrijwillig kan vertrekken is te wijten aan de weigering of het nalaten van de Algerijnse diplomatieke post om een reisdocument voor haar echtgenote af te leveren. De inspanningen om reisdocumenten te verkrijgen worden echter niet mee in overweging genomen bij het treffen van de bestreden beslissing. Het feit dat zij nog altijd op het Belgische grondgebied verblijven is te wijten aan overmacht. Van verzoekende partij kan ook niet verwacht worden dat zij zonder haar echtgenote zou vertrekken.
Uit nazicht van het administratief dossier blijkt verzoekende partij samen met haar gezin in het kader van een vrijwillige terugkeer in een open terugkeercentrum werd ondergebracht. Via dienst vreemdelingenzaken werd contact opgenomen met het Algerijnse consulaat in kader van de identificatie van verzoekende partij en haar gezin. Diverse keren werd een herinnering gestuurd aan het Algerijnse consulaat met de vraag naar de stand van zaken inzake de identificatie. Uiteindelijk werd verzoekende partij op 31 februari 2014 geïdentificeerd doch bleef de vraag naar identificatie van de echtgenote van verzoekende partij zelf onbeantwoord. Hoewel op een gegeven moment er inderdaad sprake was van verminderde medewerking of zelfs onwil van de verzoekende partij en haar gezin om vrijwillig terug te keren, dient evenwel vastgesteld dat de verzoekende partij en haar gezin nadien nogmaals het verzoek tot vrijwillige terugkeer hebben ondertekend, een identificatiefiche hebben ingevuld alsook blijkt uit informatie van de dienst vreemdelingenzaken zelf dat de verzoekende partij en haar gezin verder opnieuw meewerkten om vrijwillig terug te keren. Dit temeer nu uit een communicatie van 5 juni 2015 van de verwerende partij gericht aan het Algerijnse consulaat blijkt dat: “elle (echtgenote van verzoekende partij) souhaite ardemment retourner en Algérie ainsi que toute la famille” (zij wenst vurig terug te keren naar Algerije, net zoals de rest van het gezin, eigen vertaling). Ondanks voorts verder aandringen van de dienst vreemdelingenzaken bij het Algerijnse Consulaat bleef de identificatie van de echtgenote van verzoekende partij onbeantwoord.
Gelet op voorgaande vaststellingen kan verzoekende partij gevolgd worden in haar betoog dat bezwaarlijk kan gesteld worden dat zij tot op heden (30 juli 2015) weigert mee te werken aan een vrijwillige terugkeer. Nu blijkt dat de verwerende partij geen correcte beoordeling heeft gemaakt van de feitelijke gegevens eigen aan het dossier van de verzoekende partij, ligt een schending van de zorgvuldigheidsplicht voor. Het betoog van de verwerende partij dat verzoekende partij niet aantoont dat zij niet zelf aan reisdocumenten zou kunnen komen, doet geen afbreuk aan het gegeven dat de beoordeling dat verzoekende partij niet zou meewerken aan een vrijwillige terugkeer foutief is. Ten overvloede dient de verwerende partij in het licht van artikel 74/11 van de vreemdelingenwet rekening te houden met de specifieke omstandigheden eigen aan het geval. Indien de verwerende partij van mening is dat – ondanks haar eigen pogingen bij het Algerijnse consulaat om reisdocumenten te bekomen voor de echtgenote van verzoekende partij – verzoekende partij zelf wél bij machte is om deze documenten te bekomen alsook haar echtgenote, dan dient zij dit te onderbouwen, minstens moet uit het administratief dossier blijken dat deze stelling van de verwerende partij enige grond heeft, hetgeen niet blijkt.