Samenvatting
Verzoekster is geboren in België op 6 november 2016. Haar moeder is zoals hoger gesteld, een erkend vluchteling uit Angola. Aangezien verzoeksters moeder geen Rwandees nationaliteits- en/ of identiteitsattest kon verkrijgen op de Rwandese ambassade, bezit verzoekster thans zelf ook niet deze nationaliteit. Het is immers aan de Rwandese overheden om te beslissen of verzoeker, krachtens diens wetgeving, als onderdaan wordt beschouwd. De beoordeling van het CGVS van verzoeksters verzoek om internationale bescherming ten opzichte van Rwanda lijkt dan ook niet objectief gestoeld (zie EHRM, 26 April 2018, HOTI/CROATIA, no. 63311/14). De verwijzing naar de Rwandese nationaliteitswetgeving is in casu onvoldoende om ervan uit te gaan dat verzoekster als kleinkind van Rwandese grootouders die in de genocide omkwamen, en waarvan de moeder het bezit van de Rwandese nationaliteit niet kan bekomen, de Rwandese nationaliteit bezit of zou kunnen bezitten. Het betreft, zoals hoger gesteld, immers een specifieke aparte situatie omwille van het vluchtelingschap van verzoeksters moeders en diens vertrek uit haar land op zeer jonge leeftijd, zonder begeleiding van familie.
De vraag kan gesteld worden of verzoeksters verzoek om internationale bescherming dient te worden onderzocht naar het land van gewoonlijk verblijf van haar moeder, zijnde Angola. Er liggen echter geen elementen voor waaruit kan blijken dat de Angolese autoriteiten haar vluchtelingenstatus hebben erkend of dat een dergelijke procedure mogelijk is vanuit België.
Verzoekster stelt dat haar vader A.D.V. de Belgische nationaliteit heeft. Bij aanvullende nota brengt zij ter terechtzitting van 29 mei 2018 dienaangaande een “Geboorteakte van dochter B.A.K.K.”, de “Dagvaarding onderzoek vaderschap” en “Bewijs vaderschapsonderzoek 13.02.18”.
De vraagstukken rond de bepaling van verzoeksters nationaliteit/land van herkomst zijn complex.
Het enig duidelijk aanknopingspunt van verzoekster met een staat kan blijken uit de door de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde opgelegde DNA-test, dat haar biologische vader inderdaad Belg is.
De Raad dient dan ook vast te stellen dat uit voorgaande blijkt dat verzoeksters land van herkomst/gewoonlijk verblijf, België is.
Verzoekster voldoet dan ook niet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van internationale bescherming.