Samenvatting
Uit verzoekers verklaringen zoals hij deze heeft afgelegd in de loop van de administratieve procedure blijkt dat hij in Marokko vervolging vreest omwille van een familievete en omdat hij op Facebook een foto postte waarop hij zijn Marokkaans paspoort verscheurde.
In het kader van huidige beroepsprocedure legt verzoeker bijkomende verklaringen af en stelt hij meer bepaald homoseksueel te zijn. Hij verklaart dat hij zijn homoseksuele geaardheid niet heeft aangekaart tijdens zijn gehoren op de Dienst Vreemdelingenzaken en het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen omdat hij zich hiervoor schaamt en het voor hem buitengewoon moeilijk is om hierover te spreken. Gelet op het feit dat verzoeker afkomstig is uit een cultuur waar homoseksualiteit taboe is en hij ter terechtzitting voldoende aannemelijk heeft maakt dat hij het erg moeilijk heeft met zijn seksuele geaardheid en zeker om er over te praten, wat overigens ook blijkt uit zijn verzoek om een terechtzitting achter gesloten deuren, kan de Raad begrip opbrengen voor verzoekers stilzwijgen in de loop van de administratieve procedure en wordt dit hem niet ten kwade geduid. Niettemin is de Raad van oordeel dat dit nieuwe element onderzocht dient te worden door het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen en dat het mee betrokken dient te worden in het onderzoek of verzoeker in zijn land ven herkomst een gegronde vrees voor vervolging hoeft te koesteren dan wel of hij er een reëel risico loopt op het lijden van ernstige schade zoals bepaald in de definitie van subsidiaire bescherming. Volledigheidshalve merkt de Raad nog op dat verzoeker ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij thans bereid is om op het Commissariaat-generaal tijdens het gehoor de nodige medewerking te verlenen.
In acht genomen wat voorafgaat en mede in aanmerking genomen dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de nodige onderzoeksbevoegdheid ontbeert, ontbreekt het de Raad aldus aan essentiële elementen om te komen tot de in artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1° van de Vreemdelingenwet bedoelde bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen. Om het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen toe te laten verzoeker te horen omtrent zijn geaardheid en de problemen die hij hierdoor mogelijks heeft ondervonden, wordt de bestreden beslissing overeenkomstig artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2° van de Vreemdelingenwet vernietigd.
Het voorgaande volstaat om de overige in het verzoekschrift aangevoerde middelen en grieven niet verder te onderzoeken.