Samenvatting
Na te hebben vastgesteld dat er in casu geen samenwoonst is tussen verzoeker en zijn zoon, motiveert de bestreden beslissing dat de financiële en/of affectieve banden onvoldoende aangetoond werden.
De bestreden beslissing motiveert dat de neergelegde foto’s niet als objectieve bewijsstukken van een affectieve band kunnen worden aanvaard. Er kan niet worden geïdentificeerd wie op de foto’s staat en bij gebreke aan enige toelichting kan evenmin worden besloten in hoeverre deze foto’s getuigen van een daadwerkelijke relatie tussen vader en kind. De foto’s dienen dan ook eerder beschouwd te worden als verklaringen op eer waarvan het gesolliciteerd karakter niet kan worden uitgesloten.
Wat de financiële band betreft, wordt gemotiveerd dat aankoopbewijzen evenmin als objectieve bewijsstukken kunnen worden aanvaard. Er kan niet met zekerheid worden gesteld dat verzoeker deze aankopen heeft gedaan in functie van zijn kind. Bovendien worden er apotheekbewijzen voorgelegd op naam van D. R., de grootmoeder van het kind. Aldus wordt besloten dat onvoldoende is aangetoond dat verzoeker betrokken is bij de opvoeding van zijn kind en zijn verantwoordelijkheid opneemt.
Waar verzoeker in het middel aanvoert dat kan vermoed worden dat hij degene is die aankopen heeft gedaan omdat hij degene is die de aankoopbewijzen heeft voorgelegd, beperkt verzoeker zich tot het tegenspreken van de bestreden beslissing. Hij toont daarmee echter niet aan dat de verwerende partij op kennelijk onredelijke wijze heeft geoordeeld dat niet is aangetoond dat hij deze aankopen heeft gedaan voor zijn kind, noch dat de verwerende partij de bewijskracht van deze stukken heeft geschonden. De apotheekbewijzen dateren van 2017 en de eerste helft van 2018. Het enige apothekersbewijs van 2019 staat uitdrukkelijk op naam van de grootmoeder, D.R. Uit de Colruytrekeningen kan evenmin worden afgeleid wie de aankopen heeft gedaan.
Wat de foto’s betreft, motiveert de bestreden beslissing dat deze niet worden toegelicht en dat bijgevolg niet kan worden vastgesteld in welke mate deze foto’s getuigen van een daadwerkelijke relatie tussen vader en kind. Verzoeker betwist niet dat de foto’s niet nader werden toegelicht, noch heeft hij in zijn aanvraag de affectieve banden met zijn zoon nader uiteengezet. Verzoeker voert aan dat kan vermoed worden dat hij degene is die figureert op de foto’s. Daarmee weerlegt verzoeker evenwel niet dat de foto’s geen nadere informatie bevatten met betrekking tot de affectieve banden met zijn zoon, noch dat de foto’s mogelijk een “gesolliciteerd karakter” hebben (lees: dat ze mogelijk geënsceneerd werden).
De Raad acht het in het licht van deze elementen niet kennelijk onredelijk dat werd geoordeeld dat de affectieve en/of financiële banden van verzoeker met zijn zoon niet voldoende werden aangetoond. In het middel worden ook geen verdere feitelijke elementen aangevoerd waarmee de verwerende partij zou hebben nagelaten rekening te houden.