Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 248.333 - 28-01-2021

Samenvatting

Na meerdere onderhouden met de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen blijkt dat verzoekster incoherente verklaringen heeft afgelegd, wat haar asielrelaas ongeloofwaardig maakt. Op basis van deze ongeloofwaardigheid werd het verzoek tot internationale bescherming geweigerd. Verzoekster voert aan dat bij de beoordeling van haar verzoek onvoldoende rekening werd gehouden met haar specifieke profiel, het culturele aspect van de zaak en de relevante informatie die door haar werd voorgelegd.  
 
Verzoekster is een gescheiden en alleenstaande Iraakse vrouw die sinds vijf jaar in België een westerse levensstijl aanneemt. Ze draagt geen sluier en kleedt zich op een westerse manier. Ze drinkt alcohol, gaat naar feestjes en heeft relaties met mannen zonder getrouwd te zijn. Daarnaast geeft ze aan dat ze de islam is afgevallen en zichzelf niet meer als moslima beschouwt, maar atheïst geworden is. Ze is van mening dat ze, wanneer ze terugkeert naar Irak, als verwesterd zal worden beschouwd. Uit door haar aangehaalde landeninformatie blijkt dat verwesterde Irakezen een risicoprofiel hebben. Bovendien kan ze bij terugkeer naar Irak niet terugvallen op een familiaal netwerk, waardoor zij, naar eigen mening, zal worden blootgesteld aan ernstige schade zoals bedoeld in artikel 48/8, §2, c) van de Vreemdelingenwet.
 
De Raad wijst op het gezag van gewijsde van arrest nr. 224.337 van 29 juli 2019, waarin bepaalde aspecten van verzoeksters profiel werden vastgesteld. Deze aspecten staan, ondanks de ongeloofwaardigheid van haar eerdere verklaringen, niet ter discussie. Het gaat om een alleenstaande, uit de echt gescheiden vrouw van middelbare leeftijd, die een aantal buitenechtelijke relaties heeft aangegaan. Bovendien kan ze niet terugvallen op een familiaal netwerk wanneer ze naar Irak terugkeert, aangezien ze uit de echt gescheiden is en enkel haar broer, met wie ze geen contact meer heeft, nog in Irak verblijft.
 
Uit de landeninformatie die door verzoekster werd aangehaald, blijkt dat er mogelijk problemen rijzen in Irak voor vrouwen die sociale, culturele of religieuze normen hebben overschreden. Het administratief dossier bevat daarentegen geen actuele landeninformatie die toelaat het risico in hoofde van een individu met een profiel zoals verzoekster te beoordelen. Het gebrek aan deze actuele landeninformatie maakt het volgens de Raad dan ook onmogelijk om een correcte beoordeling te maken van een eventuele nood aan internationale bescherming.