Samenvatting
In casu is duidelijk dat de adoptie aan de betrokkene een verblijfsrechtelijk voordeel zou verlenen dat hij niet heeft kunnen bekomen via diverse asielaanvragen.
Het verzoek tot adoptie werd neergelegd vlak nadat de kandidaat-geadopteerde het bevel kreeg het grondgebied te verlaten.
Uit de voormelde gegevens blijkt dat de kandidaat-adoptant als minderjarige door omstandigheden werd gescheiden van zijn vader, broers en zus tijdens een poging van de vader om met zijn kinderen naar Europa te komen. Hierdoor kwam X als minderjarige alleen terecht in een vluchtelingenkamp in Griekenland, waarna hij met hulp van een vrijwilligster van een organisatie die vluchtelingen helpt, bij zijn oom en tante werd opgevangen en hier ook geplaatst in het kader van pleegzorg.
De vader van X leeft nog met zijn broers en zus in Irak. Ook de moeder is nog in leven, maar zou zich niet om hem hebben bekommerd. Hiervan is er geen objectieve informatie, feit is wel dat de moeder niet betrokken was bij de overtocht naar Europa. Beide ouders gaan uitdrukkelijk akkoord met de gewone adoptie, die de oorspronkelijke familiebanden overigens niet verbreekt.
Het hof stelt vast dat X intussen al meer dan 4 jaar in het gezin van zijn oom en tante woont, uit de voorgelegde getuigenverklaringen en foto's blijkt dat hij volwaardig deel uitmaakt van het gezin en hij aan dit gezin ook gedurende meerdere jaren als minderjarige werd toevertrouwd via de georganiseerde jeugdhulp, met begeleiding van de dienst Pleegzorg. Diverse personen getuigen dat X in het gezin wordt beschouwd als een volwaardig familielid en betrokken als eigen zoon.
Het hof is dan ook van oordeel dat wel afdoende is aangetoond dat er sprake is van een werkelijke en oprechte ouder-zoonrelatie die is tot stand gekomen tussen de kandidaat-adoptanten en de kandidaat-geadopteerde.
Het feit dat de adoptie tevens een verblijfsrechtelijk voordeel kan opleveren voor de kandidaat-adoptant doet er niets aan af dat de adoptie in casu wel steunt op een werkelijke en niet geveinsde gevoelsband tussen de kandidaat-adoptanten en de kandidaat-geadopteerde, die al gedurende jaren behoort tot het gezin van de kandidaat-adoptanten en aldaar wordt beschouwd als hun zoon.
Het hof is dan ook van oordeel dat de adoptie in casu op wettige redenen steunt en de gewone adoptie kan worden uitgesproken.
Het hoger beroep is gegrond.