Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 324.278 - 28-03-2025

Samenvatting

De Raad herhaalt vooreerst dat het bewijs van identiteit waarvan sprake in artikel 52, §2 van het Vreemdelingenbesluit – en waarnaar wordt verwezen in de bestreden beslissing – aldus een geldig paspoort betreft.

Uit de bestreden beslissing, en het administratief dossier, blijkt dat de verzoekende partij ter gelegenheid van haar aanvraag, vermeld in punt 1.1., een Ghanees paspoort heeft voorgelegd met nr. G4 (…) afgeleverd op 30 augustus 2023 in Brussel en geldig tot 29 augustus 2033 waarbij het gaat om een persoon met de naam B.S. geboren op 3 december 2000 te Accra, Ghana.

In de bestreden beslissing wordt niet betwist dat dit een geldig paspoort betreft. Ook uit de stukken van het administratief dossier blijkt niet dat de geldigheid van dit bij de aanvraag gevoegde paspoort wordt betwist. In een e-mail van de verwerende partij aan de ‘gespecialiseerde politiedienst’ van 15 oktober 2024, waarnaar ook verwezen wordt in de bestreden beslissing, wordt aan deze dienst gevraagd “Onze dienst dient de verblijfsaanvraag van de genaamde B.S. (…) geboren op 3.12.2000 te onderzoeken. Ter staving van zijn identiteit legt hij een Ghanees paspoort voor met nr. G4 (…) en geldigheidsduur 30.08.2023 – 29.08.2033. In dat paspoort is het paspoortnummer opgenomen van zijn vorig paspoort: nr. G1 (…). Wanneer ik dit oude paspoort opzoek in de Schengendatabank InqVis dat een zicht geeft op de Schengenvisa van de afgelopen 5 jaar, blijkt het paspoort met het nr. G1 (…) toe te behoren aan de persoon met identiteit B.S.G. (…) geboren op 3.12.1980. De betrokkene zou met andere woorden zomaar 20 jaar jonger geworden zijn. In de bijlage heb ik het huidige paspoort van de betrokkene bijgevoegd, alsook het resultaat van de opzoeking in InqVis voorzien van een foto van de persoon. Mijn inziens lijkt dit dezelfde persoon te betreffen. Kan u dit bevestigen/weerleggen aan de hand van een gezichtsvergelijking? Betreft het huidige paspoort van de betrokkene een authentiek paspoort?” De ‘Federale Gerechtelijke Politie - Centrale directie van de technische en wetenschappelijke politie - Centrale dienst voor bestrijding van valsheden’ antwoordt op dezelfde dag per e-mail “Op basis van de aangeboden kopie zien wij geen onregelmatigheden aan het paspoort. Het gaat wel degelijk om dezelfde persoon (foto’s)”.

Het feit dat het voorgelegde geldig paspoort vermeldt dat de houder van dat paspoort in het verleden reisde met een paspoort met andere identiteitsgegevens (volgens de gegevens van het administratief dossier: een ander geboortejaar en toevoeging van een derde naam) doet geen afbreuk aan de vaststelling dat het gaat om een geldig paspoort dat werd voorgelegd bij de huidige aanvraag. Zoals de verzoekende partij terecht voorhoudt moet gehandeld worden naar de “juridische waarde van dit rechtsgeldig identiteitsdocument”.

In de bestreden beslissing wordt gemotiveerd dat de verzoekende partij – gelet op andere identiteitsgegevens op een paspoort waarmee hij in het verleden reisde – niet eenduidig kan geïdentificeerd worden “conform voornoemde wetsartikelen”.

Noch uit artikel 52, §2, 1° van het Vreemdelingenbesluit iuncto artikel 41, §2 van de Vreemdelingenwet noch uit artikel 44 van het Vreemdelingenbesluit, artikel 40bis, §2, eerste lid, 3° van de Vreemdelingenwet en/of artikel 52, §4, vijfde lid van het Vreemdelingenbesluit blijkt dat een voorwaarde wordt verbonden aan het voorleggen van een geldig paspoort waarbij dit paspoort niet aanvaard kan worden als bewijs van identiteit als de houder van het paspoort in het verleden gebruik heeft gemaakt van een andere identiteit.

De verwerende partij kon dan ook niet op correcte wijze motiveren dat de verzoekende partij niet eenduidig kan geïdentificeerd worden “conform voornoemde wetsartikelen”, noch dat als gevolg hiervan ook de verwantschap tussen de verzoekende partij en de referentiepersoon niet afdoende werd aangetoond conform artikel 44 van het Vreemdelingenbesluit, gezien de identiteit van de verzoekende partij niet eenduidig vaststaat. De Raad verduidelijkt in dit kader nog dat de geboorteakte die de verzoekende partij heeft neergelegd, en die werd gelegaliseerd zoals zij ook aangeeft in haar verzoekschrift, de identiteitsgegevens vermeldt zoals deze voorkomen op het door de verzoekende partij bij haar aanvraag vermeld in punt 1.1. gevoegde paspoort, waarvan aldus niet wordt betwist dat dit een geldig paspoort betreft.