Urgent Beroep bij RvV
In het kort
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) is een onafhankelijk administratief rechtscollege, en is onder meer bevoegd voor beroepen tegen beslissingen over internationale bescherming.
Tegen een beslissing in een grensprocedure, bij vasthouding of tot een gedwongen uitzetting, moet je een urgent beroep instellen. De urgente procedure is een korte procedure, waarin de RvV onmiddellijk een onderzoek doet ten gronde.
Urgent beroep bij de RvV
Een urgent beroep wordt ingesteld tegen één van de volgende beslissingen.
- een beslissing aan de grens, over een binnenkomst (terugdrijving, weigering toegang tot het grondgebied, weigering of intrekking reisautorisatie,...)
- een beslissing aan de grens, van DVZ of CGVS, in het kader van de asielgrensprocedure;
- een beslissing van het CGVS genomen tijdens vasthouding;
- een terugkeerbesluit gekoppeld aan een beslissing in de asielgrensprocedure;
- een terugkeerbesluit dat gepaard gaat met een verwijderingsbesluit;
- een verwijderingsbesluit op zich;
- een overdrachtsbesluit (Dublin of AMMR) bij een vasthouding of andere vorm van gecontroleerd vertrek. Deze procedure kan je hier apart bekijken.
Een lopende procedure kan ook omgezet worden naar een urgent beroep. Als je tijdens de procedure voor de RvV een beslissing krijgt tot vasthouding in gesloten centrum, en de RvV op dat moment nog geen beschikking genomen heeft over het verdere verloop van de procedure, wordt de zaak een omgezet.
Als je tijdens een gewone procedure voor de RvV, die niet schorsend is, een verwijderingsbesluit krijgt, kan je tegen dit verwijderingsbesluit een urgent beroep indienen, en dan wordt de hangende zaak toegevoegd aan het urgent beroep.
Je mag bij elke andere hangende zaak vragen om ze behandelen in een urgente procedure. De RvV mag in elke zaak beslissen om ze te behandelen zoals een urgente procedure, en moet die beschikking niet motiveren.
De urgente procedure vervangt de vroegere procedure in uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN). Zo goed als alle situaties die voor 12 juni 2026 behandeld werden in UDN, of in een versnelde procedure in volle rechtsmacht, worden vanaf 12 juni in de urgente procedure behandeld.
Bij de urgente beroepen is de nieuwe RVV-wet enkel van toepassing op beroepen die ingediend werden op of na 12 juni 2026.
Een vordering tot schorsing in uiterst dringende noodzakelijkheid (UDN) op grond van artikel 39/82, § 4 Verblijfswet, of een vorderingen tot voorlopige maatregelen bij uiterst dringende noodzakelijkheid op grond van artikel 39/85 Verblijfswet wordt behandeld overeenkomstig de bepalingen die tevoren van toepassing waren.
In dat geval blijven ook de oude bepalingen over de opheffing of intrekking van de schorsing of voorlopige maatregelen gelden.
Als de RvV overgaat tot schorsing van een beslissing, of tot voorlopige maatregelen, volgt er daarna nog een behandeling ten gronde. Ook dan blijven de oude bepalingen gelden over de verzoeken tot voortzetting.
Voor deze situaties van een urgente procedure gelden in principe geen nieuwe beroepstermijnen. Eventuele nieuwe termijnen gelden pas voor beroepen die ingediend worden tegen beslissingen die genomen zijn na 12 juni 2026. Het is de datum van de beslissing die telt. Het is dus mogelijk dat de kennisgeving van een beslissing na 12 juni gebeurt, maar dat de beroepstermijnen van de vorige wet nog van toepassing zijn.
Een urgent beroep heeft schorsende werking gedurende de hele procedure van het beroep, als het gericht is tegen:
- een verwijderingsbesluit
- een besluit tot terugdrijving
Je wordt niet gedwongen verwijderd of teruggedreven, tenzij je daarvoor zelf toestemming geeft.
Bij een beslissing over een verzoek tot internationale bescherming geldt de schorsingsregeling van de asielprocedureverordening. Het gaat dan om volgende beslissingen:
- een beslissing van het CGVS in de asielgrensprocedure, en het terugkeerbesluit dat eraan gekoppeld is,
- een beslissing van het CGVS genomen tijdens een vasthouding.
De uitvoering van die beslissingen wordt geschorst gedurende de termijn om het beroep in te dienen (5 dagen). Als je bij het indienen van het beroep een verzoek doet om te mogen blijven, dan blijft de beslissing geschorst tot de RvV over die voorlopige maatregel een beschikking neemt.
In drie gevallen is er uitzonderlijk geen recht om te blijven tijdens de beroepstermijn of de procedure, namelijk bij een hoger beroep in Cassatie bij de Raad van State, als je bij een tweede of verder volgend verzoek indient terwijl een vorig volgend verzoek in de EU al eens onontvankelijk of ongegrond is verklaard, of als iemand tijdens een volgend verzoek doet terwijl hij al wordt vastgehouden, en het eerste verzoek niet meer dan een jaar geleden werd afgewezen. In deze gevallen mag het principe van non-refoulement niet geschonden worden, kan je een schorsing vragen, maar is er ondertussen geen recht om te blijven.
Een urgent beroep tegen andere beslissingen heeft geen schorsende werking. Het gaat om volgende beslissingen, genomen aan de grens, zonder verwijderingsbesluit of terugdrijving:
- een beslissing van weigering van toegang tot het grondgebied;
- een annulatie van een visum;
- een weigering van reisautorisatie.
Ook als je een inreisverbod kreeg, moet hiervoor apart een schorsing worden gevraagd.
Als een urgent beroep geen automatisch schorsende werking heeft kan de RvV de gevolgen van een terugkeerbesluit of inreisverbod wel schorsen. De RvV kan dat ambtshalve doen, of op verzoek.
In praktijk zal het niet voorkomen dat apart bij beschikking een recht om te blijven vastgesteld wordt. De procedure zo georganiseerd dat er onmiddellijk een uitspraak ten gronde volgt.
Bij beslissingen van DVZ is er geen bepaling die voorziet dat de beslissing geschorst wordt zolang de beroepstermijn loopt (10 dagen). Een gedwongen verwijdering kan nog opgestart worden door een verwijderingsbelissing of terugdrijving te betekenen. Tegen die beslissing kan dan wel een nieuw urgent beroep aangetekend worden dat de verwijdering schorst. Verwijdering is dan enkel mogelijk als je zelf toestemt.
De RVV kan de beslissing altijd ambtshalve schorsen, en is daartoe verplicht als er een risico is op schending van het non-refoulement beginsel of van artikel 2 of 3 EVRM.
Als een beroep niet automatisch schorsend is, maar een schorsing is gevraagd, kan DVZ enkel stappen ondernemen tot uitvoering van de beslissing, als je daar zelf ook in toestemt.
In twee gevallen is een urgente procedure nodig tegen een beslissing, waarvoor een beroepstermijn geldt van 10 dagen:
- een eerste beslissing tot terugdrijving;
- beslissing genomen aan de grens (weigering toegang tot het grondgebied, weigering of intrekking reisautorisatie)
- Een eerste terugkeerbesluit dat gepaard gaat met een verwijderingsbesluit:
In alle andere gevallen geldt voor de urgente procedure een beroepstermijn van 5 dagen:
- een beslissing tot terugdrijving na een eerdere beslissing tot terugdrijving
- een verwijderingsbesluit gekoppeld aan een terugkeerbesluit, na een eerder terugkeerbesluit
- een verwijderingsbesluit na een eerder terugkeerbesluit
- een terugkeerbesluit gekoppeld aan een beslissing in de asielgrensprocedure
- een beslissing van onontvankelijkheid het CGVS genomen tijdens vasthouding
- een beslissing van het CGVS genomen tijdens vasthouding in de asielgrensprocedure
Uit de beslissing zelf kan je niet altijd afleiden of er eerder al een terugkeerbesluit betekend is geweest, dus de beroepstermijn is niet altijd bekend. Bij twijfel is het aan te raden te kiezen voor de kortste termijn. Als het echt niet duidelijk is welke beslissing eerst betekend werd, geldt de kortere termijn niet (RvV 165.930 van 15 april 2016).
De termijn begint te lopen vanaf de dag die volgt op het moment van de vermoedelijke kennisname. Een daadwerkelijke kennisname is dus niet vereist (RvS nr. 262.533 van 3 maart 2025).
De termijn loopt vanaf:
- de dag zelf van de verzending in geval van verzending bij fax of mail of andere wijze, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijs;
- de eerste dag die volgt op de dag waarop de brief werd aangeboden op de woonplaats, verblijfplaats of gekozen woonplaats, bij ter post aangetekende brief, met ontvangstbewijs;
- De eerste dag die volgt op de tweede werkdag nadat de brief aan de postdiensten overhandigd wordt bij aangetekende brief of bij gewone brief, tenzij de geadresseerde het tegendeel bewijst;
- de eerste dag die volgt op de afgifte of op de weigering van ontvangst.
Een elektronische kennisgeving wordt geacht de dag zelf gedaan te zijn. Een advocaat wordt dus geacht op het einde van de dag steeds de mailbox te controleren.
De vervaldag is in de termijn begrepen. Zondagen en feestdagen worden meegeteld in de termijn. De termijn loopt af om middernacht van de vervaldag. Is die dag een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
De beroepstermijnen zijn van openbare orde en moeten strikt worden toegepast. De RvV mag een laattijdig ingesteld beroep dus niet behandelen (RvS nr. 132.671 van 18 juni 2004). Alleen bij werkelijke overmacht kan een beroep buiten de beroepstermijn worden ingediend (RvV 340.227 van 28 januari 2026). Als een gebeurtenis buiten je wil een tijdig beroep onmogelijk maakte, en als je al het mogelijke hebt gedaan om het voorval te vermijden, kan je je op overmacht beroepen. De gebeurtenis moet dus onvoorzienbaar en onoverkomelijk zijn.
In geval van elektronische verzending is het bijvoorbeeld mogelijk om overmacht door technische problemen aan te tonen (RvS 262.533 van 3 maart 2025). De term “elektronische tijdsstempel” is afgestemd op Verordening nr. 910/2014 van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt.
De beslissing waartegen je in beroep gaat moet over jezelf gaan en je moet er persoonlijk door benadeeld worden. Als iemand zelf niet bekwaam is om een verzoek in te dienen, moet de wettelijke vertegenwoordiger het beroep instellen. Er is geen wettig belang wanneer het belang niet ‘beschermenswaardig’ is. Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn als het doel van het beroep is om een duidelijk onwettige situatie in stand te houden. Bij twijfel moet je motiveren dat je je belang nog steeds behoudt, zoniet kan de RVV het beroep onontvankelijk verklaren.
De RvV mag de voorwaarde van belang niet zodanig streng toepassen dat deze toepassing een hogere rechtsnorm in gevaar zou kunnen brengen. Zoals het gelijkheidsbeginsel, het recht op toegang tot de rechter of het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel.
Als het gaat om een beslissing los van een verzoek om internationale bescherming, kan de RvV enkel het beroep verwerpen, of de beslissing vernietigen, maar wel ex nunc. De RvV bekijkt de situatie dus op het moment van de beslissing van de Raad zelf. Er mogen tot aan de sluiting van de debatten nieuwe en pertinente elementen worden voorgelegd.
Als het gaat om een beslissing van het CGVS, heeft de RvV een ruimere rechtsmacht.
De RVV kan het beroep tegen een beslissing van het CGVS verwerpen ofwel de beslissing bevestigen, hervormen of vernietigen.
De RVV moet eerst onderzoeken of hij de bestreden beslissing kan hervormen of bevestigen, alvorens over te gaan tot een vernietiging.
De RVV kan wel rechtstreeks beslissen tot een vernietiging, zonder eerst te onderzoeken of hervorming of bevestiging nodig is, bij sommige beslissingen van onontvankelijkheid .
Tijdens een beroep voor de RVV wordt het verzoek tot internationale bescherming opnieuw onderzocht, en beoordeelt de rechter de behoefte aan bescherming “ex-nunc”, dat wil zeggen: op het moment van dit nieuwe onderzoek . De rechter mag dus rekening houden met feiten en elementen die nog niet voorlagen op het ogenblik van de bestreden beslissing.
De RvV kan de bestreden beslissing volledig hervormen. Zo kan de RvV besluiten om je als vluchteling te erkennen of om je subsidiaire bescherming toe te kennen, tegen de beslissing van het CGVS in.
De RvV heeft echter geen eigen onderzoeksbevoegdheid. Dit houdt in dat de RvV alleen kan beslissen op basis van de elementen die in het dossier zitten of door de partijen worden aangebracht. Het kan zelf geen onderzoekshandelingen stellen. Wanneer de RvV onvoldoende informatie heeft om een beslissing te nemen, vernietigt de RvV de bestreden beslissing en stuurt het het dossier terug naar het CGVS.
De RvV kan een beslissing vernietigen wegens overtreding van:
- substantiële vormen
- op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen
- overschrijding van macht
- afwending van macht
De RvV controleert ook of de overheid bij haar beslissing uitging van de juiste feiten, of ze de feiten correct beoordeeld heeft en of ze op grond daarvan niet kennelijk onredelijk tot haar besluit is gekomen. De RvV kan de motivering van een beslissing toetsen aan de gegevens in het dossier, de redelijkheid en de duidelijkheid. Ook kan de RVV nagaan over de overheid bij het onderzoek voldoende zorgvuldig tewerk is gegaan.
Een verzoeker mag bij een gewoon annulatieberoep de taal van het verzoekschrift en de procedurestukken kiezen, op voorwaarde dat het Nederlands, Frans of Duits is
Bij een procedure in het kader van een verzoek om internationale bescherming moet het verzoekschrift opgesteld worden in de taal van de bestreden beslissing. Als de bestreden beslissing zelf niet in de juiste taal is opgesteld, is een verzoekschrift in een andere niet onontvankelijk.
Stukken die toegevoegd worden, moeten opgesteld zijn in één van de drie landstalen of in het Engels. Anders moet er een voor eensluidend verklaarde vertaling bij.
De RVV behandelt de beroepen in de taal van de bestreden beslissing. Als er meerdere beslissingen zijn, in verschillende talen, kiest de RVV zelf de taal van de behandeling. Er is ook een tweetalige kamer voorzien voor twee verknochte zaken in verschillende talen. Als er in éénzelfde beslissing verschillende talen werden gebruikt, wordt de taal gekozen van het gebied waar de beslissing is betekend.
Als de beslissing in zowel het Nederlands als het Frans is opgesteld, en betekend is in het Brussels gewest, dan mag de verzoeker de taal kiezen. De taal van het verzoekschrift wordt dan de taal van de procedure. Dat geldt ook voor beslissingen in verschillende talen waarbij het onduidelijk is waar ze betekend zijn of gelokaliseerd kunnen worden.
Een beslissing in de Duitse taal wordt in principe in het Duits behandeld, maar het is mogelijk dat een anderstalige rechter de zaak behandeld door de stukken te vertalen. De briefwisseling met de partijen is dan wel in het Duits.
Je moet in je verzoekschrift een woonplaats in België kiezen. Meestal is dit het adres van de advocaat, of van jezelf. Als het adres van iemand anders is dan van jezelf of van de advocaat, moet je de naam vermelden van de persoon die de post in ontvangst zal nemen. Je kan de woonplaats wijzigen door dit uitdrukkelijk te melden, met vermelding van het rolnummer, en voor elke zaak apart. De RvV doet alle kennisgevingen op dat adres.
Als je geen woonstkeuze doet, maar in het verzoekschrift wel een adres in België vermeldt, dan wordt dat adres beschouwt als adres van woonstkeuze.
In de titel van het verzoekschrift moet “urgente procedure” staan.
In de urgente procedure kan je het verzoekschrift en de stukken alleen maar elektronisch verzenden, of eventueel per bode bij de griffie (enkel tijdens de openingsuren).
Bij een urgente procedure verblijft de verzoeker meestal in een gesloten centrum. In dat geval kan het verzoekschrift worden ingediend door afgifte ervan, ter plaatse, aan de directeur van de strafinrichting of van het gesloten centrum, of aan een van hun gemachtigden. In dat geval moeten er wel twee kopies van het verzoekschrift worden toegevoegd.
Een verzoekschrift voor de urgente procedure moet aan een aantal minimumvoorwaarden voldoen, en wordt dan onmiddellijk op de rol ingeschreven. Deze minimumvoorwaarden zijn:
- het is in een landstaal opgesteld;
- het bevat de vermelding van de naam;
- het bevat de vermelding van de woonplaats in België of woonplaatskeuze;
- het bevat de vermelding van de bestreden beslissing;
- het afschrift van de bestreden beslissing is toegevoegd.
Als het afschrift van de bestreden beslissing ontbreekt, vraagt de griffier aan de verzoekende partij om de bestreden beslissing over te maken, en wordt het beroep tot dan niet op de rol gezet. Een afschrift van de bestreden beslissing is niet vereist als het gaat om een impliciete weigeringsbeslissing.
Als één van de andere elementen ontbreekt is het verzoekschrift absoluut nietig. In de urgente procedure is er ook de tijd niet om ontbrekende elementen te regulariseren.
Daarnaast gelden voorwaarden voor het verzoekschrift, die vervuld moeten zijn ten laatste op het ogenblik van de terechtzitting.
- de ondertekening van het verzoekschrift;
- de toevoeging van de inventaris van de stukken en de overeenkomstige nummering van de stukken zelf;
- de samenvatting van de feiten en middelen, als het verzoekschrift meer dan 25 pagina’s telt.
Als deze voorwaarden niet vervuld zijn op het moment van de zitting, wordt het beroep op dat moment alsnog van de rol geschrapt, en wordt het niet behandeld.
Idealiter bevat het verzoekschrift alle elementen genoemd in artikel 2.16 RVV-Wet en alle stukken genoemd in artikel 2.17 RVV-Wet. Zo moet bij vasthouding in principe een bewijs van de vasthouding toegevoegd worden, maar het ontbreken leidt niet tot nietigheid. Stukken moeten genummerd zijn, in aparte bijlagen worden toegevoegd, en er moet een inventaris bij. De lengte van het verzoekschrift wordt beperkt tot een maximum van 25 pagina’s, tenzij een samenvatting van maximum 10 pagina’s wordt toegevoegd. Als je verwijst naar het audiogehoor, moeten de referenties worden toegevoegd.
De RVV bepaalt zelf wie de verweerder is. Eventueel kan in het verzoekschrift aangeven wie mogelijk het best geplaatst is als verweerder.
Doorgaans is de verweerder de opsteller van de bestreden beslissing, maar het kan ook een andere partij zijn. Bij de annulatie van een visum door de grenspolitie kan de RVV bijvoorbeeld de Dienst Vreemdelingenzaken aanduiden als verweerder, omdat die dienst de opdracht gaf tot de annulatie. Ook bij beslissingen door de gemeente in procedures van het verblijfsrecht kan soms de Dienst Vreemdelingenzaken best geplaatst zijn om als verweerder op te treden, omdat zij de gemeente bepaalde instructies hebben gegeven.
In de meeste gevallen zal in de urgente procedure geen rolrecht of bijdrage aan het begrotingsfonds voor tweedelijnsbijstand betaald moeten worden omdat de meeste verzoekers in deze procedure worden vastgehouden en dus vrijgesteld zijn.
In theorie is het mogelijk dat er geen vasthouding is, en er wel een rolrecht betaald moet worden. In dat geval moet het bewijs van betaling ten laatste op de zitting worden voorgelegd.
Meer info over kosten en rolrecht:
Je betaalt als verzoeker (tenzij met recht op pro-deo) een rolrecht van 251 euro. Bij collectieve verzoekschriften betaalt elke verzoeker het rolrecht onafhankelijk van hoeveel beslissingen je bestrijdt.
Als verzoekende partij schiet je zowel de kosten voor van het rolrecht, als van de bijdrage voor het begrotingsfonds tweedelijnsbijstand.
De vrijstelling van de kosten wordt toegekend aan:
- wie bijstand ontvangt van een openbaar centrum dat maatschappelijke hulp;
- wie opgesloten, gevangengehouden of vastgehouden wordt;
- wie minderjarige is;
- wie juridische tweedelijnsbijstand krijgt in de zin van artikel 508/1 van het Gerechtelijk Wetboek (‘Pro Deo’);
- wie over onvoldoende financiële middelen beschikt en daarvoor de bewijzen voorlegt.
Je moet de vrijstelling vragen bij het verzoekschrift en bewijzen waarom je hiervoor in aanmerking komt. Als er bewijsstukken ontbreken, zal de RvV je hiervan op de hoogte brengen en krijg je acht dagen de tijd om het verzoekschrift te regulariseren. Als je het rolrecht betaalt, kan je wel nog altijd tot op de zitting het bewijs van vrijstelling voorleggen en vragen het rolrecht terug te betalen.
Een urgente procedure verloopt ongeveer zoals een versnelde procedure bij de beroepen in volle rechtsmacht, met enkele aanpassingen.
De schriftelijke procedure is bij een urgente procedure niet van toepassing.
De griffier stuurt ten laatste binnen de werkdag na de ontvangst van het beroep, een afschrift van het verzoekschrift aan de verwerende partij. Binnen drie werkdagen na die kennisgeving moet de verwerende partij het administratief dossier neerleggen. Als de verwerende partij een nota wil toevoegen, moet dat ook binnen die termijn van drie werkdagen.
Als een snelle uitspraak nodig is, kan de griffier een kortere termijn opleggen.
Tegelijkertijd stuurt de rechter, ook ten laatste binnen de werkdag na de ontvangst van het beroep, een beschikking naar de partijen met een oproeping ter zitting. Samenhangende zaken worden meteen mee opgeroepen en behandeld. In de beschikking worden de gevolgen vermeld als de partijen niet verschijnen, en ook de samenstelling van de zetel.
Als er hangende zaken zijn in de gewone of versnelde procedure die mee behandeld worden, mogen partijen een pleitnota indienen. De rechter bepaalt dan tot wanneer deze nota mag worden ingediend.
In de urgente procedure mogen nieuwe elementen worden voorgelegd. Stukken die niet tevoren overgemaakt konden worden, mogen nog ter zitting worden voorgelegd.
De RVV kan een noodarrest uitspreken om een geplande verwijdering toe te staan, als het beroep manifest onterecht is ingediend en alleen om de geplande vlucht te annuleren.
De bepalingen van de crisisprocedure (artikel 2.46 RvV-Wet) kunnen wel van toepassing zijn.