Samenvatting
Hoewel niet uitdrukkelijk sprake is van ‘actuele’ bestaansmiddelen in artikel 40ter van de Vreemdelingenwet, blijkt wel duidelijk dat de familieleden moeten bewijzen dat de Belg ‘beschikt’ over stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen.
Een bewijs van inkomen van vroeger, samen met het feit dat de tewerkstelling inmiddels is gestopt, zonder nieuw bewijs van actuele bestaansmiddelen, kan niet in overweging genomen worden. DVZ is dan niet gehouden, bij gebrek aan informatie over de actuele inkomsten, om de bedragen van de vroegere inkomsten van de referentiepersoon te bekijken of te vermelden in de bestreden beslissing.