Samenvatting
Wanneer een aanvrager gezinshereniging (artikel 40ter Vw) weet dat hij de leeftijd van 21 zal overschrijden, is het niet aan DVZ om bijkomende informatie op te vragen mbt het ten laste zijn.
"Het is dan ook geenszins kennelijk onredelijk of onzorgvuldig van de gemachtigde om, nu de verzoekende partij als bloedverwant in neergaande lijn op het ogenblik van het treffen van de bestreden beslissing ouder was dan 21 jaar, te vereisen dat zij het bewijs levert dat zij ten laste is van de ascendent in functie van wie zij het verblijfsrecht vraag, in casu haar Belgische vader. Het kwam dan ook aan de verzoekende partij toe om, gelet op het feit dat zij haar aanvraag indiende twee dagen voordat zij de leeftijd van 21 jaar had bereikt, deze aanvraag te actualiseren, aangezien het onmiskenbaar vaststond dat zij die leeftijd zou bereiken voor het verstrijken van de wettelijke voorziene beslissingstermijn. De vaststelling dat de verzoekende partij evenwel nagelaten heeft de vereiste stavingstukken neer te leggen, volstond reeds om te besluiten dat zij niet aan de voorwaarden voldoet om te genieten van het recht op verblijf van meer dan drie maanden in de hoedanigheid van familielid van een Unieburger."