Retributie voor afgifte verblijfsdocument

Gemeentelijke retributie

Voor de afgifte van bijlagen bij het Verblijfsbesluit die verblijfsproceduredocumenten zijn (vb. bijlage 15bis, 19, 19ter, 41bis ..., aanvraagformulieren, ontvangstbewijzen, onontvankelijkheids-, weigerings- of intrekkingsbeslissingen, bevelen om het Belgische grondgebied te verlaten) mogen gemeenten geen retributie vragen. Hiervoor bestaat immers geen wettelijke basis.

Voor de afgifte van verblijfsvergunningen en verblijfsdocumenten (die een tijdelijk of definitief verblijfsrecht bewijzen) kunnen gemeenten wel een retributie vragen. De retributie is gelijk aan de retributie voor de afgifte van elektronische identiteitskaarten aan Belgen. Dit geldt ook bij de aflevering van deze documenten aan minderjarigen.

Over het attest van immatriculatie (AI - bijlage 4) zijn verschillende zienswijzen mogelijk: 

  1. Je ziet het AI als verblijfsdocument dat slechts voorlopig en voorafgaand aan een elektronische verblijfskaart wordt afgegeven. De retributie voor de elektronische verblijfskaart omvat ook de kosten voor het AI en is dus "inclusief".
  2. Je ziet het AI als verblijfsdocument dat in principe valt onder de wet van 1968 en waar dus ook een aparte retributie op geheven kan worden die maximaal de kost van identiteitskaart van een Belg bedraagt. Die retributie dekt dan enkel de kosten om het papieren document aan te maken en af te leveren. De andere gemeentelijke taken hebben betrekking op de elektronische verblijfskaart die eigenlijk is aangevraagd en waarvoor men bij aflevering ook een retributie betaalt. 

Sinds 2017 kunnen gemeenten wel een retributie van hoogstens 50 euro vragen voor de vernieuwing, verlenging of vervanging van een elektronische verblijfskaart A. De gemeenten mogen deze retributie maximaal 1 keer per jaar innen. De gemeenten bepalen autonoom of ze al dan niet een retributie invoeren, of ze voorzien in eventuele vrijstellingen, en het bedrag (als dat het maximum niet overschrijdt).

Voor wie?

De bezitters van A kaarten zijn:
  • gezinsmigranten van een derdelander
    • hun A kaart is maximaal 1 jaar geldig en kan jaarlijks worden vernieuwd
  • erkende vluchtelingen
    • hun A kaart is meteen 5 jaar geldig te tellen vanaf de datum van erkenning
  • personen met subsidiaire bescherming
    • hun A kaart is eerst 1 jaar, en daarna 2 jaar geldig
  • vreemdelingen met een medische regularisatie artikel 9ter Vw
    • hun A kaart is minstens 1 jaar geldig en kan jaarlijks worden vernieuwd
  • arbeidsmigranten
    • hun A kaart is maximaal 3 jaar geldig en kan worden vernieuwd
  • langdurig ingezetenen in een ander EU-land met tweede verblijf in België
    • hun A kaart is 1 jaar geldig en kan jaarlijks worden vernieuwd
  • niet-begeleide minderjarige vreemdelingen
    • hun A kaart is 1 jaar geldig en kan jaarlijks worden vernieuwd
  • derdelands studenten
    • hun A kaart is geldig tot 31 oktober van het aflopende schooljaar en kan jaarlijks worden vernieuwd
  • personen die een humanitaire regularisatie op basis van artikel 9bis Vw kregen
    • hun A kaart is 1 of 2 jaar geldig en kan worden vernieuwd
  • en slachtoffers van mensenhandel of mensensmokkel
    • hun A kaart is 6 maanden geldig en kan telkens worden vernieuwd