Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 288.749 - 9-05-2023

Samenvatting

De bestreden beslissing vermeldt uitdrukkelijk artikel 40ter van de Vreemdelingenwet en artikel 44 van het Vreemdelingenbesluit als haar juridische grondslagen en maakt eveneens uitdrukkelijk melding van artikel 18 van het WIPR.
 
De gemachtigde van de staatssecretaris is van oordeel dat verzoeker de bloedverwantschapsband ten opzichte van de referentiepersoon onvoldoende heeft aangetoond.
 
In de bestreden beslissing wordt vastgesteld dat een laattijdige registratie volgens Ghanese wetgeving toegestaan en rechtsgeldig is. De verwerende partij betwist dus niet de authenticiteit van de geboorteakte, maar wel de inhoud en verwijst hiervoor naar artikel 18 van het WIPR.
 
Artikel 18 van het WIPR heeft betrekking op wetsontduiking en bepaalt het volgende:
 
“Voor de bepaling van het toepasselijk recht in een aangelegenheid waarin partijen niet vrij over hun rechten kunnen beschikken, wordt geen rekening gehouden met feiten en handelingen gesteld met het enkele doel te ontsnappen aan de toepassing van het door deze wet aangewezen recht.”
 
De inhoud van de akte wordt door verwerende partij dan ook betwist conform artikel 18 van het WIPR.
 
Er is slechts sprake van wetsontduiking wanneer uit de feitelijke omstandigheden ontegensprekelijk blijkt dat partijen het buitenlands element uitsluitend hebben gebruikt om aan een bepaalde regel te ontsnappen. Dit houdt in dat men de regel dient te identificeren, waaraan men heeft getracht te ontsnappen en ook aan te tonen dat het de enige beweegreden was om aan die welbepaalde regel te ontsnappen (zie P. WAUTELET, “De doorwerking in België van buitenlandse akte: een kritisch overzicht” in T.Vreemd., 2008, Themanummer IPR, p. 36 ev.).
 
Uit de motivering van de weigeringsbeslissing blijkt niet aan welke regel verzoeker tracht te ontsnappen. Integendeel, de verwerende partij aanvaardt de authenticiteit van de geboorteakte, waardoor niet kan worden besloten tot wetsontduiking. Artikel 18 van het WIPR viseert enkel de situaties van het ontduiken van het door dit wetboek aangewezen recht en heeft niet als doel op te treden tegen misbruiken of ontduiken van de vreemdelingenwetgeving.
 
Uit de uiteenzetting van de verwerende partij in haar nota met opmerkingen blijkt dat zij bepaalde frauduleuze intenties vermoedt bij verzoeker omwille van de laattijdige registratie van de geboorteakte. Het gegeven dat er onduidelijkheid bestaat over het moment waarop verzoeker het Schengengrondgebied betrad, de laattijdige registratie van de geboorte, het bestaan van twee geboorteaktes en een aanvraag ingediend in 2003 zijn weinig dienstig in het licht van het in de beslissing vermelde artikel 18 van het WIPR.
 
De uiteenzetting van de verwerende partij over de laattijdige registraties van geboortes in Ghana heeft geen uitstaans met artikel 18 van het WIPR, dat als juridische grondslag wordt vermeld, omdat uit de motivering van de weigeringsbeslissing blijkt dat de verwerende partij de authenticiteit van de geboorteakte aanvaardt. Op basis van de weergegeven motieven kan niet worden begrepen waarom er sprake is van wetsontduiking in de zin van artikel 18 van het WIPR.