Samenvatting
De bevoegdheid om de leeftijd vast te stellen is niet exclusief voorbehouden aan de Dienst Voogdij. De strafrechtbanken beschikken over de bevoegdheid om in feite na te gaan of de vermeende minderjarigheid van de beschuldigde vast staat. Deze rechtbanken beslissen hierover zonder dat de wet de materie aan een bijzondere bewijsregeling onderwerpt. De strafrechter is niet verplicht om vast te stellen dat de betrokken persoon zich niet bevindt in een van de situaties voorzien in artikel 5, Hoofdstuk VI, Titel XIII Programmawet van 24 december 2002.