Samenvatting
Schendt oud artikel 40 § 6 Vw., de artikelen 10 en 11 GW, al dan niet in samenhang met de artikelen 22, 23, 24 en 191 GW en de artikelen 8 en 14 EVRM, wanneer het toegepast wordt op een minderjarig Belgisch kind waarvan de ouders niet de Belgische nationaliteit bezitten, doordat oud artikel 40 § 6 Vw. als voorwaarde oplegt dat de ouders ten laste zijn van hun kind om een verblijfsrecht in België te krijgen, terwijl deze voorwaarde niet geldt voor een minderjarig Belgisch kind met Belgische ouders? Wanneer deze voorwaarde niet vervuld wordt moet het Belgisch minderjarig kind immers ofwel in onzekerheid in België leven omdat zijn ouders illegaal in het land verblijven, ofwel zijn ouders volgen naar hun land van herkomst waardoor hij het genot zal verliezen van zijn economische en sociale rechten in België. Schendt oud artikel 40 § 6 Vw. art. 22 GW, al dan niet in samenhang met art. 8 EVRM, doordat oud artikel 40 § 6 Vw. als voorwaarde oplegt dat de ouders ten laste zijn van hun kind om een verblijfsrecht in België te krijgen? Wanneer deze voorwaarde niet vervuld wordt moet het Belgisch minderjarig kind immers ofwel ophouden te leven in het land waarvan hij de nationaliteit heeft, ofwel ophouden samen te leven met zijn ouders, wanneer deze laatsten zouden beslissen terug te keren naar hun land van herkomst.