Raad van State - 193.106 - 8-05-2009

Samenvatting

De verzoekende partijen voeren aan dat de bestreden beslissing nietig is wegens het gebrek aan een handgeschreven ondertekening van de persoon gemachtigd tot het nemen van een dergelijke beslissing en dat de handtekening die op de bestreden beslissing voorkomt evenmin kan worden beschouwd als een elektronische handtekening in de zin van art. 2 van de wet van 9 juli 2000 houdende vaststelling van bepaalde regels in verband met het juridisch kader voor elektronische handtekeningen en certificatiediensten. De verwerende partij stelt dat het wel degelijk om een elektronische handtekening gaat maar staaft haar stelling niet met concrete elementen. De verwerende partij maakt dan ook niet aannemelijk dat de afdruk van een ingescande handtekening in casu als een elektronische handtekening kan worden beschouwd. Het manuele karakter vormt een constitutief element van een rechtsgeldige gewone handtekening, zodat geen waarde kan worden gehecht aan stempels, afdrukken of andere vormen waarbij die handtekening niet met de hand is gemaakt. De afdruk van een ingescande handtekening kan veeleer met een kopie worden gelijkgesteld, doch kan niet als een manuele handtekening en, bij gebrek aan enig bewijs van beveiliging of versleuteling, evenmin als een elektronische handtekening worden beschouwd. De bestreden beslissing vertoont een substantieel vormgebrek en wordt vernietigd.