Raad van State - 213.233 - 12-05-2011

Samenvatting

Het bestreden arrest vernietigt het ministerieel besluit tot terugwijzing. Het zou de betrokkene terugsturen “naar zijn land van herkomst”. Het ministerieel besluit heeft echter niet tot gevolg dat de betrokkene naar zijn land van herkomst moet terugkeren. Het stelt enkel dat de betrokkene “verzocht wordt het grondgebied van België te verlaten met een binnenkomstverbod van 10 jaar op straffe van hetgeen voorzien is in artikel 76 van de Vreemdelingenwet behalve wanneer er een speciale toestemming is van de Minister van Binnenlandse zaken.” Het bestreden arrest stelt dat de verzoeker “tekort is gekomen aan zijn plicht tot voorzichtigheid en aan de verplichtingen die voortvloeien uit artikel 3 EVRM door de verzoeker terug te sturen naar zijn land van herkomst zonder zich zorgen te maken over de vraag of hij een risico loopt op foltering of onmenselijke of vernederende behandeling, ondanks het feit dat zij op de hoogte was van het politiek profiel van de verzoeker”. Zo kent het aan het ministerieel besluit tot terugwijzing een draagwijdte toe die het niet heeft.