Samenvatting
De artikelen 21 en 32 Visumcode leggen, in het kader van een visumaanvraag, de controle op van de binnenkomstvoorwaarden opgesomd in art. 5 § 1 Schengengrenscode, waaronder de vereiste om over voldoende bestaansmiddelen te beschikken. Bijgevolg rechtvaardigt het niet voorleggen van dat bewijs, op zichzelf, een weigeringsbeslissing. Uit de overwegingen van het arrest blijkt niet dat de rechter de motieven van de bestreden beslissing in rechte betwistte of feitelijk onjuist achtte, noch dat de bestreden beslissing art. 25 § 1, a), i) Visumcode miskende, welk artikel toelaat aan een lidstaat om af te wijken van de binnenkomstvoorwaarden in art. 5 § 1 Schengengrenscode, wanneer het dat noodzakelijk acht om “humanitaire redenen, vanwege het nationale belang of gelet op internationale verplichtingen”. Bijgevolg heeft de rechter zijn beslissing om de bestreden beslissing te vernietigen niet wettig gemotiveerd door enkel te stellen dat verweerder niet geantwoord heeft op het belangrijkste argument van de verzoeker, te weten dat hij persoonlijk diende te verschijnen op een zitting van de rechtbank van eerste aanleg.