Samenvatting
De verzoekende partij stelt het ten onrechte voor alsof haar vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt afgewezen omdat ze niet was opgesloten. Haar vordering werd verworpen omdat niet werd aangetoond dat het risico op repatriëring nakend was. De RvV kan slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid overgaan indien de drie cumulatieve voorwaarden verenigd zijn: de uiterst dringende noodzakelijkheid wordt aangetoond, er worden ernstige middelen aangevoerd die de vernietiging van de aangevochten akte kunnen verantwoorden en de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden akte kan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel berokkenen. Wanneer de RvV de ernst van de door verzoekster aangevoerde middelen niet onderzocht heeft, was dat omdat aan een andere noodzakelijke voorwaarde om bij uiterst dringende noodzakelijkheid te kunnen schorsen niet voldaan was. Omwille van het uitzonderlijk karakter van de spoedprocedure is het objectief en redelijk verantwoord om een beroep op de spoedprocedure te verwerpen wanneer het risico op de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing (in casu de repatriëring van verzoekster) niet nakend is. Indien de tenuitvoerlegging van de verwijderingsmaatregel nog niet imminent is op het ogenblik dat de vreemdeling er kennis van neemt, biedt de Vreemdelingwet een volledige rechtsbescherming. De vreemdeling kan tegen deze maatregel een gewone vordering tot schorsing indienen. Indien de tenuitvoerlegging van de maatregel tijdens deze gewone schorsingsprocedure imminent wordt, kan de vreemdeling aan de RvV vragen om zijn schorsingsverzoek zo snel mogelijk te behandelen. De vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen en de vordering tot schorsing kunnen dan samen worden behandeld en afgedaan binnen de achtenveertig uren na de ontvangst door de Raad van de vordering tot het bevelen van voorlopige maatregelen.Vanaf de ontvangst kan niet tot dwanguitvoering van de verwijderingsmaatregel worden overgegaan tot op het ogenblik dat de Raad uitspraak heeft gedaan over de vordering, of indien hij de vordering heeft verworpen. Wanneer de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt verworpen omdat de uiterst dringende noodzakelijkheid niet afdoende werd aangetoond, belet dit de vreemdeling niet om een vordering tot schorsing van dezelfde beslissing in te dienen volgens de gewone procedure en later, wanneer de tenuitvoerlegging van de maatregel imminent wordt, gebruik maken van het hierboven beschreven mechanisme uit artikel 39/85 Vw. De verzoekster kan dus ook na het bestreden arrest nog vóór de tenuitvoerlegging van de verwijderingsmaatregel, de verenigbaarheid ervan met het EVRM door een jurisdictioneel orgaan laten onderzoeken. De verwerping van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid omdat niet is aangetoond dat het risico op repatriëring nakend is, is geen onaanvaardbare beperking van het recht op daadwerkelijke rechtshulp. Het enige middel is niet gegrond. Het beroep wordt verworpen.