Samenvatting
Als de RvV een beslissing heeft genomen over een bepaalde asielaanvraag, heeft hij voor die aanvraag zijn rechtsmacht uitgeput. Bij een latere asielaanvraag mag hij niet opnieuw uitspraak doen over de eerdere asielaanvraag. De RvV mag bij de beoordeling van een latere asielaanvraag wel rekening houden met alle feitelijke elementen en dus ook met de elementen die voortkomen uit verklaringen afgelegd tijdens de behandeling van de eerdere asielaanvraag. De RvV kan zich dus op heel het administratief dossier steunen en bijvoorbeeld ook een vergelijking maken tussen verklaringen die in de opeenvolgende asielprocedures zijn afgelegd. De verzoeker geeft niet aan op grond van welke vaststelling in het arrest van 8 mei 2008, dat de eerste asielaanvraag beoordeelde, de RvV de nationaliteit van de verzoeker in het bestreden arrest als vaststaand zou hebben moeten beschouwen. De verzoeker heeft zijn originele taskara pas op de zitting van de RvV van 16 juni 2009 overgelegd. De taskara maakte zelfs geen deel uit van de als “nieuwe elementen” bij het verzoekschrift gevoegde stukken, Laat staan van de in de eerste asielaanvraag beoordeelde stukken. De RvV toont dat ook geen kwade trouw als het de taskara als nieuw element in zijn beoordeling heeft betrokken. De RvV mag bij zijn beoordeling van de bewijswaarde van de ter terechtzitting van 16 juni 2009 neergelegde taskara rekening houden met alle feitelijke gegevens, ook met deze die uit het administratief dossier van een vorige asielaanvraag blijken. Een vergelijking met verklaringen bij de vorige asielaanvraag is dus niet onwettig. Een schriftelijk advies van het UNHCR vormt een nieuw element dat tijdens de administratieve beslissingsprocedure en ook tijdens de jurisdictionele procedure voor de RvV kan worden gegeven. Dit kan zowel bij de beoordeling van een eerste als een latere asielaanvraag. Een schriftelijk advies tijdens de tweede asielaanvraag kan echter geen afbreuk doen aan de definitieve beoordeling van een eerste asielaanvraag door de RvV. Het advies van UNHCR kan maar in aanmerking worden genomen voor zover het betrekking heeft op de lopende procedure. Het kan niet het voorwerp van een procedure bij de RvV uitbreiden noch als het ware een bijkomende aanleg openen. Een uitzondering geldt bij een bewijselement dat kan aantonen dat die eerdere beslissingen anders zouden zijn geweest als dit bewijselement al bij de eerdere beoordelingen zou hebben voorgelegen. De RvV stelde wettig vast dat hij niet bevoegd is om naar aanleiding van de beoordeling van een tweede asielaanvraag de beslissing over de eerste asielaanvraag nogmaals te beoordelen in beroep. Hij is niet bevoegd in zoverre een onderzoek van de aangevoerde middelen of van het UNHCR-advies zou leiden tot een nieuwe beoordeling van elementen die als vaststaand moeten worden beschouwd. Zijn bevoegdheid is hier beperkt tot de beoordeling van de in de tweede asielaanvraag aangehaalde elementen. Een verwijzing naar het gewijsde van het arrest van 8 mei is dus niet onwettig.