Raad van State - 216.848 - 14-12-2011

Samenvatting

In de gevallen vermeld in artikel 51, § 1 Vreemdelingenbesluit kan de gemeente het recht op verblijf erkennen. Artikel 51, § 2 regelt het geval waarin de gemeente het recht op verblijf weigert zonder een bevel om het grondgebied te verlaten. Het gaat over het geval waarin de betrokkene binnen een termijn van drie maanden niet alle vereiste documenten heeft overgemaakt. Indien deze na afloop van een bijkomende termijn van één maand nog niet alle documenten heeft bezorgt, weigert de gemeente het verblijf met bevel om het grondgebied te verlaten. Artikel 51, § 3 bepaalt dat de minister (hier: staatssecretaris) “in de andere gevallen dan deze bedoeld in § 1 en § 2” een beslissing neemt binnen de vijf maanden vanaf de indiening van de aanvraag. Hier heeft de gemeente eerst een beslissing genomen tot weigering zonder bevel om het grondgebied te verlaten, met een bijkomende termijn van een maand om alsnog de vereiste documenten over te maken. Het gaat dus duidelijk om een toepassing van artikel 51, § 2. De in § 3 voorziene vervaltermijn van vijf maanden voor de staatssecretaris om een beslissing te nemen is niet van toepassing, precies omdat het niet om een ander geval dan bedoeld in § 2 gaat. Hieraan wordt geen afbreuk gedaan door het feit dat de gemeente nadien geen eindbeslissing (weigering) heeft genomen: in dat geval zou immers geen beslissing van de staatssecretaris meer moeten volgen. Artikel 51, § 3 Vreemdelingenbesluit is geschonden door in het bestreden arrest te stellen dat de in die bepaling voorziene vervaltermijn van vijf maanden wel van toepassing was, terwijl het te dezen om een in § 2 van dat artikel bedoeld geval gaat. De verzoekende partij merkt ook terecht op dat een andere interpretatie ertoe zou leiden dat een aanvrager door het indienen van een onvolledig dossier en het uitlokken van een maand verlenging om bijkomende stukken in te dienen zelf de beslissingstermijn van de minister tot minder dan een maand zou kunnen inkorten en dat de staatssecretaris ertoe verplicht zou zijn een verklaring van inschrijving af te geven indien een gemeente, die immers door geen termijn is gebonden, het dossier lang genoeg laat liggen.