Raad van State - 221.166 - 24-10-2012

Samenvatting

Er blijkt dan ook geen schending van de door de verzoekende partij aangehaalde bepaling, gelet op hetgeen in de memorie van toelichting bij het huidige artikel 9ter van de Vreemdelingenwet is gesteld en gelet op het feit dat er volgens het bestreden arrest uit het administratief dossier geen twijfels blijken wat de nationaliteit van de betrokkene betreft, hetgeen onder meer blijkt uit een nota van de betrokken ambtenaar van 15 juli 2011 in dat dossier en doordat een eerdere aanvraag om machtiging tot verblijf met daarbij hetzelfde verstreken paspoort op 31 januari 2011 ongegrond (en dus wel ontvankelijk) was verklaard. Het enige middel is ongegrond.