Raad van State - 221.233 - 30-10-2012

Samenvatting

Onder een georganiseerd administratief beroep moet worden verstaan een beroep dat ertoe strekt de genomen beslissing te doen intrekken, wijzigen of vernietigen en waarbij de overheid tot wie het beroep gericht is verplicht is te antwoorden krachtens een duidelijke normatieve tekst die de beroepsvorm organiseert. De artikelen 9 en 10 van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers bepalen een georganiseerd administratief beroep. De verzoeker die dit georganiseerd administratief beroep niet heeft uitgeput, kan niet op ontvankelijke wijze een annulatieberoep instellen bij de Raad van State, of een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid die er een accessorium van is.
De verplichting om voorafgaand aan het annulatie- en desgevallend schorsingsberoep bij de Raad van State op ontvankelijke wijze het georganiseerd administratief beroep uit te putten, doet op zich geen buitensporige afbreuk aan het recht van de verzoekende partij op een daadwerkelijk jurisdictioneel beroep en dit gelet op zowel de doelstelling van deze ontvankelijkheidsvereiste, als op het gegeven dat ingevolge het devolutief karakter van het administratief beroep de verzoekende partij slechts tijdelijk en in afwachting van de definitieve beslissing in administratief beroep het aangevoerde nadeel ondergaat van de thans bestreden beslissing, als op het feit dat deze uitputtingsvereiste - indien de verzoekende partij zoals zij stelt, in afwachting van de uitspraak in administratief beroep, door de in eerste aanleg genomen beslissing ernstige schade ondervindt - de toegang tot de burgerlijke kortgedingrechter en diens rechtsbescherming onverlet laat.
Noot GORIS, J., T.Vreemd. 2014, afl. 1