Samenvatting
De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen was van mening dat het beroep verworpen kon worden op basis van een zuiver geschreven procedure. De Raad wierp ambtshalve de impact van de onmiddellijke inwerkingtreding en onmiddellijke toepasbaarheid van de “nieuwe wet” van 8 juli 2011 betreffende de gezinshereniging op, op het blijven bestaan van een belang van het beroep en van de middelen die ter ondersteuning werden ingeroepen. De Raad verwierp daarop het vernietigingsberoep tegen de weigering van de gezinshereniging aan een ascendente van een Belg en tegen het bevel om het grondgebied te verlaten. Volgens de Raad kon een eventuele vernietiging de verzoekster geen enkel voordeel opleveren en zou zij dus geen belang hebben bij het beroep.
Het is toegestaan dat de Raad ambtshalve een vraag opwerpt die niet voorkomt in de nota met opmerkingen van de Belgische Staat. Als de Raad echter op basis hiervan het beroep wil verwerpen moet aan de partijen zijn intentie kenbaar maken. Hij moet dus in het bijzonder de verzoekende partij de kans geven om haar opmerkingen over te maken. De partijen moeten de mogelijkheid krijgen om over elke essentiële vraag van de procedure te discussiëren. Het kan niet aan de verzoeker verweten worden dat zij haar argumenten niet in het verzoekschrift heeft aangekaart. Op dat moment was de exceptie immers nog niet gekend. De verzoekster had de mogelijkheid moeten krijgen om zich te verdedigen.