Raad van State - 232.626 - 20-10-2015

Samenvatting

Uit artikel 9ter, § 3, 5° van de vreemdelingenwet blijkt duidelijk dat in het geval van opeenvolgende aanvragen om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9ter van de vreemdelingenwet de latere aanvraag niet-ontvankelijk wordt verklaard indien daarin dezelfde elementen worden ingeroepen als in de eerdere aanvraag. Dit houdt in dat de gemachtigde ambtenaar de beide aanvragen moet vergelijken om na te gaan of de ingeroepen medische elementen dezelfde zijn. In dat geval dient hij de tweede aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren.
 
Zoals de verzoekende partij terecht opmerkt, is het niet vereist dat over de eerste aanvraag reeds een beslissing is genomen. Indien over de eerste aanvraag nog geen beslissing is genomen, zal dat alsnog gebeuren wanneer de tweede aanvraag niet-ontvankelijk is verklaard. Het gaat dan over dezelfde elementen als de tweede aanvraag, zodat die elementen hoe dan ook worden onderzocht.