Samenvatting
De verzoeker heeft slechts belang bij een cassatieberoep indien dit is ingesteld tegen een bestreden beslissing gewezen in laatste aanleg die definitief nadeel berokkent. Dit is niet het geval wanneer bij de RvV een beroep tot schorsing en vernietiging is ingesteld en er voorlopige maatregelen gevraagd worden en de Raad over deze vraag uitspraak heeft gedaan maar zich nog moet uitspreken over de wettigheid van de onontvankelijkheidsbeslissing waartegen het beroep tot schorsing en nietigverklaring is ingesteld. Het twistpunt is nog niet definitief beslecht. Dit geldt eens te meer nu blijkt dat een nieuw beroep tot schorsing en nietigverklaring is ingesteld bij de RvV. Het huidige beroep is onontvankelijk bij gebrek aan belang. Het bestreden arrest, dat duidelijk maakt dat er geen beroep is ingesteld tegen het bevel om het grondgebied te verlaten, stelt ten overvloede vast dat de vraag tot dringende en voorlopige maatregelen in de eerste plaats werd verworpen om dat het risico op een moeilijk te herstellen ernstig nadeel niet vaststond. Dit is een voldoende reden om die vraag te verwerpen. Het bestaan van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel is een feitenkwestie die de RvV autonoom apprecieert. De verzoeker beweert ook niet dat het bestreden arrest niet heeft geantwoord op de argumenten ontwikkeld met betrekking tot dit risico. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.