Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 112.041 - 16-10-2013

Samenvatting

De Raad moet ambtshalve onderzoeken of de eerste bestreden beslissing de wetgeving op het taalgebruik in bestuurszaken respecteert. De Taalwet Bestuurszaken raakt immers de openbare orde.
Met een brief van 30 januari 2013 diende de verzoeker een aanvraag in tot verlenging van tijdelijk verblijf. Deze was volledig in het Frans is opgesteld. Ook de latere aanvullingen, bij brieven van 21 februari 2013 en 28 februari 2013, zijn in het Frans opgesteld.
Artikel 41, §1 van de Taalwet Bestuurszaken bepaalt: "De centrale diensten maken voor hun betrekkingen met de particulieren gebruik van die van de drie talen waarvan betrokkenen zich hebben bediend. "
De eerste bestreden beslissing, die getroffen werd door een adviseur van de Dienst Vreemdelingenzaken als gemachtigde van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding is een beslissing genomen door een centrale dienst waarvan de werkkring het ganse land bestrijkt. De verzoeker, die een particulier is in de zin van artikel 41, §1 van de Taalwet bestuurszaken, heeft zich blijkens het administratief dossier in zijn aanvraag tot verlenging van tijdelijk verblijf en de verdere aanvullingen bediend van het Frans. Bijgevolg diende de bestreden beslissing uitgaande van de Dienst Vreemdelingenzaken, overeenkomstig artikel 41, §1 van de Taalwet Bestuurszaken, in het Frans te worden opgesteld. Het gegeven dat de communicatie over het dossier van de verzoeker tussen de gemeente Zaventem en de Dienst Vreemdelingenzaken - overigens geheel conform de Taalwet Bestuurszaken - in het Nederlands verliep, doet geen afbreuk aan de vaststelling dat de verzoeker zijn aanvraag als particulier in het Frans heeft ingediend.
Uit de stukken van het administratief dossier blijkt dal de bestreden beslissing, in antwoord op een in het Frans opgestelde aanvraag vanwege de verzoeker, niettemin In het Nederlands werd getroffen. Dit klemt des te meer nu ook de beslissing van 21 december 2011 waarbij een vorige verblijfsverlenging werd toegekend en waarbij de verzoeker werd gewezen op de voorwaarden voor een verdere verblijfsverlenging, beslissing waarnaar in de eerste bestreden beslissing uitdrukkelijk wordt verwezen, in het Frans werd getroffen.
De eerste bestreden beslissing miskent artikel 41, §1 van de Taalwet bestuurszaken, zodat zij nietig is.