Samenvatting
Het verblijfsrecht ontstaat niet door de afgifte van de verblijfstitel, te dezen de F-kaart, doch reeds voordien, vanaf het ogenblik dat de aanvrager zich als een familielid van een burger van de Unie heeft kenbaar gemaakt, zijnde vanaf de aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van inschrijving. De afgifte van de F-kaart vormt slechts de vaststelling dat de betrokkene voldoet aan de voorwaarden die door de relevante bepalingen van het recht van de Unie worden opgelegd.
Indien vertrokken wordt van het uitgangspunt dat verzoekers verblijf in het Rijk als familielid van een burger van de Unie c.q. Belgische onderdaan geldt vanaf de aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van inschrijving, met name op 22 juni 2010, dan betekent dit dat, zoals verzoeker terecht betoogt in zijn verzoekschrift, hij (minstens) op het ogenblik van het overlijden van zijn partner op 21 augustus 2011 reeds één jaar verbleven heeft in België in de hoedanigheid van familielid van een burger van de Unie, c.q. Belgische onderdaan.