Samenvatting
De Raad kan de verzoeker dan ook volgen in zijn betoog dat het kennelijk onredelijk is om de door hem voorgelegde brieven louter omwille van hun gesolliciteerd karakter niet in aanmerking te nemen. In een procedure waarin op de vreemdeling die een volgende asielaanvraag indient de bewijslast rust om nieuwe gegevens aan te brengen, kan het niet volstaan om een document niet als nieuw gegeven te weerhouden louter omdat dit gesolliciteerd is en zonder de inhoud of de herkomst ervan te betrekken bij de motivering. Deze vaststelling geldt in casu des te meer nu het gaat om brieven afkomstig van de als vluchteling erkende broer en zus van de verzoeker, waarin gewag wordt gemaakt van een gezamenlijke vlucht en asielproblematiek, gegevens die op zichzelf dan weer worden ondersteund door de verklaringen die de als vluchteling erkende broer van de verzoeker aflegde ten overstaan van de Belgische asielinstanties. De Raad merkt tevens op dat noch in de bestreden beslissing, noch in de nota met opmerkingen, betwist wordt dat de verzoeker de broer is van de als vluchteling erkende T(…) A(…) en T(…) Z(…).
Zodoende stelt de Raad vast dat de verweerder verzoekers vijfde asielaanvraag niet correct heeft beoordeeld waar hij de brieven van zijn als vluchteling erkende broer en zus louter omwille van hun gesolliciteerd karakter niet als nieuwe elementen in de zin van het toenmalige artikel 51/8 van de vreemdelingenwet heeft weerhouden. De bestreden beslissing schendt op dit punt dan ook de materiële motiveringsplicht. Het betoog in de nota met opmerkingen doet aan deze vaststelling geen afbreuk.