Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 123.609 - 7-05-2014

Samenvatting

In de bestreden beslissing wordt gesteld “aangezien het IGO-bedrag een vorm van een aanvullend bijstandsstelsel is, kan dit bedrag niet in overweging genomen worden bij de beoordeling van de bestaansmiddelen”.  Artikel 40ter van de vreemdelingenwet bepaalt dat de middelen verkregen uit de aanvullende bijstandsstelsels niet in aanmerking worden genomen. Deze bepaling somt op limitatieve wijze op over welke aanvullende bijstandsstelsels het gaat, met name het leefloon en de aanvullende gezinsbijslagen, alsook de financiële maatschappelijke dienstverlening en de gezinsbijslagen. De Inkomensgarantie voor Ouderen, die wordt uitgekeerd door de Rijksdienst voor Pensioenen, is niet opgenomen in de opsomming van artikel 40ter van de vreemdelingenwet. De verwerende partij kan dus niet zonder meer stellen dat de Inkomensgarantie voor Ouderen “een vorm van een aanvullend bijstandsstelsel is”.  Verzoekster maakt een schending van artikel 40ter van de vreemdelingenwet aannemelijk.