Samenvatting
Niettemin de bestreden beslissing stelt dat verzoekster niet aannemelijk maakt dat de getuigenis van de hand is van mevrouw Suuban Maxamed Siyaad, de dochter van voormalig Somalisch president Siad Barre (gehoor CGVS, p.3,5,6) en indien de bewijslast ligt bij de asielzoeker en de CGVS niet verplicht is tot het oproepen van getuigen, dan kon in casu wel verwacht worden dat een dergelijke getuigenis aanleiding zou geven tot nader onderzoek. Dit klemt te meer nu verzoekster niet enkel meerdere getuigenissen neerlegde maar ook de identiteitskaarten van de getuigen en de getuigen toegelicht hebben hoe ze verzoekster en haar familie kenden. Verwerende partij kan ter terechtzitting ten dele gevolgd worden waar ze stelt dat verzoeksters advocaat dit niet heeft aangebracht, doch geenszins kan voorbijgegaan worden aan de gedeelde bewijslast wanneer uit de bestreden beslissing blijkt dat de commissaris-generaal een van de getuigen -met rede- belangwekkend achtte.
De dochter van de voormalige president van Somalië heeft verzoekster begeleid ter terechtzitting en was bereid om haar getuigenis mondeling toe te lichten. De procedure voor de Raad voorziet echter niet in deze mogelijkheid zodat hiertoe niet werd overgegaan. In tegenstelling tot wat in de bestreden beslissing betwijfeld wordt, kan thans wel aangenomen worden dat de getuigenis inderdaad afkomstig is van mevrouw Suuban Maxamed Siyaad. Dit is te meer van belang nu kan vastgesteld worden dat verzoeksters ouders van dezelfde streek rond Qorioley afkomstig zijn en dat verzoekster behoort tot dezelfde clan als deze van president Barre. Deze getuigenis illustreert het belang van de clanbescherming zoals steeds wordt beklemtoond door de Raad. Het CGVS kon hieraan niet voorbijgaan te meer nu uit het administratief dossier -en ook ter terechtzitting- blijkt dat verzoeksters cognitieve kennis beneden haar leeftijd is, ze naast psychologische/psychiatrische problemen waarvoor de Belgische dokters een tijdelijke opname noodzakelijk achtten, verzoekster sinds jaren medicatie inneemt en ze ook fysieke problemen kent. Er kan dan ook vastgesteld worden dat verzoekster behoort tot een kwetsbare groep asielzoekers en haar asielaanvraag navenant diende te worden behandeld. Van verzoekster kan inderdaad worden verwacht dat ze eerlijk is maar dit dient te worden beoordeeld met in achtneming van het geheel van de gegevens in het administratief dossier en nieuwe elementen. Niettemin haar beperkingen is verzoekster naar de ambassades van Kenia en Ethiopië geweest met het verzoek te bevestigen dat ze deze nationaliteiten niet had. Beide ambassades waren hiervoor bereid op voorwaarde dat de vraag werd gesteld door het CGVS. Verzoekster heeft dan ook ernstige pogingen gedaan zich te wenden tot officiële instanties die de bepaling van haar nationaliteit konden verduidelijken. Haar vraag om steun aan de dochter van Siad Barre ligt in het verlengde hiervan.