Samenvatting
De bestreden beslissing weigert de aanvraag om verblijf op grond van artikel 58 van de vreemdelingenwet, omwille van het feit dat verzoekster in haar hoedanigheid van au pair reeds taalcursussen zou gevolgd hebben. Met de verzoekende partij moet worden vastgesteld dat de voorwaarde van het niet eerder gebben gevolgd van een taalcursus niet voorkomt in de in artikel 58 vernoemde verblijfsvoorwaarden. In de mate verzoekster aanvoert dat de verwerende partij een voorwaarde heeft toegevoegd aan de wet, kan dit worden bijgetreden. Meer nog, waar in de bestreden beslissing wordt gesteld dat het volgen van taalcursussen inherent is aan het au pair-statuut en verzoekster “bijgevolg” niet kan worden toegelaten tot voorlopig verblijf voor het volgen van een voorbereidend talenjaar, sluit de bestreden beslissing op algemene wijze uit dat een au pair als student een voorbereidend talenjaar zou volgen. Nochtans voert verzoekster genoegzaam aan dat het talenonderwijs dat zij volgde als au pair nog niet aan het door de KUL vereiste niveau voldoet en dat het te dezen telkens gaat om gecertificeerde taalopleidingen. De motivering van de bestreden beslissing vindt geen steun in de wet.