Samenvatting
Samen met de verzoekster stelt de Raad vast dat de beslissing van de gemachtigde waarbij het verzoek tot verlenging van de termijn om het grondgebied te verlaten wordt geweigerd, niet afdoende is gemotiveerd.
De in de bestreden beslissing opgegeven redengeving bevat geen motivering in rechte: de gemachtigde verzuimt te vermelden op welke bepaling hij zich precies steunt om het verzoek van de verzoekster af te wijzen. De opgegeven motivering in feite (“betrokkenen dienen een aanvraag tot humanitaire regularisatie (artikel 9bis) in op 12.12.2013”) is niet afdoende. Deze redengeving kan in het geheel niet in verband worden gebracht met het concrete verzoek van de verzoekster nu nergens wordt geantwoord op de problematiek van de familiale banden tussen de verzoekster en haar minderjarige kinderen wier vader een in België erkend vluchteling is. De redengeving in de bestreden beslissing dat de betrokkenen een aanvraag conform artikel 9bis van de vreemdelingenwet indienden is des te nietszeggender nu de verzoekster in haar verzoek zelf aangaf dat zij, gelet op de hierboven geschetste familieband met haar minderjarige kinderen, een aanvraag overeenkomstig artikel 9bis van de vreemdelingenwet heeft ingediend en zij in fine van haar verzoek net vraagt om “een verlenging van haar bevel om het grondgebied te verlaten voor de duur van behandeling van de aanvraag 9bis”.