Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 158.968 - 18-12-2015

Samenvatting

Uit het administratief dossier blijkt dat verzoeker als asielaanvrager werd ingeschreven op 1 oktober 2014. Uit het aangehecht document blijkt dat verzoeker in het Russisch het interview wenst te doen. De Bijlage 26 van 1 oktober 2015 vermeldt dat verzoeker een tolk Russisch verzoekt Het document ‘Verklaring betreffende procedure’ van 17 oktober 2014, opgesteld met behulp van een tolk Russisch, vermeldt in vetdruk: “AZ geeft aan beter Oekraïns dan Russisch te spreken – het interview voor DVZ wordt in het Russisch gedaan, maar er wordt met aandrang gevraagd op het CGVS een tolk OEKRAINS TE voorzien!”.
 
In de ‘vragenlijst’ van 17 oktober 2014, opgesteld met behulp van een tolk Russisch, staat onder vraag 10 in vetdruk: “IK WIL GRAAG EEN OEKRAINSE TOLK BIJ HET CGVS”.
 
Het gehoorverslag van het CGVS van 12 mei 2015 vermeldt (blz.2):
“Begrijpt u de tolk goed?
Ik heb wel een UKR tolk gevraagd
 
Het lukt niet altijd om een UKR tolk te voorzien. U hebt aangegeven dat u ook RUS spreekt. Het
interview kan dus in het RUS gebeuren. De tolk is ook strikt neutraal. Haar nationaliteit en
afkomst spelen dus geen rol. Zij heeft ook geen impact op de inhoudelijke beoordeling van uw
AA, maar zal enkel vertalen. Hebt u opmerkingen over het interview bij de Dienst
Veemdelingenzaken?
Neen”
 
Verzoekers beroep werd opgeroepen voor de terechtzitting van de Raad op 25 november 2015. In het verzoekschrift werd een tolk Oekraïens gevraagd. De Raad voorzag, overeenkomstig de Bijlage 26, in een tolk Russisch. Tijdens de behandeling van verzoekers dossier stelde de Raad ter terechtzitting vast dat verzoekers echtgenote, wiens dossier gekend is bij de Raad onder rolnummer 174 387 en derhalve samen met verzoeker was opgeroepen, op spontane wijze aan het tolken was van het Russisch naar het Oekraïens. Ingevolge deze vaststelling werd de zaak tegensprekelijk uitgesteld naar de zitting van 9 december 2015 opdat verzoeker kon worden gehoord met behulp van een tolk Oekraïens.
 
Op de terechtzitting van 9 december 2015 werd verzoeker ondervraagd over de keuze van taal voor vertolking van zijn verklaringen. Verzoeker verklaarde dat hem op de Dienst Vreemdelingenzaken was gezegd dat het Russisch enkel diende voor de registratie van zijn identiteitsgegevens; voor de behandeling van zijn dossier op het CGVS zou hem beloofd zijn dat er een Oekraïense tolk aanwezig zou zijn.
 
Uit het administratief dossier blijkt dat bij de registratie van verzoekers gegevens tot tweemaal  toe uitdrukkelijk en op niet mis te verstane wijze werd genoteerd dat verzoeker voor de eigenlijke behandeling van zijn asielrelaas een tolk Oekraïens vroeg.
 
Hoewel begrip kan worden opgebracht voor het standpunt van verweerder zoals verwoord in de nota, en de eventuele moeilijkheden bij het vinden van een tolk Oekraïens, wordt verzoeker gevolgd wanneer hij op de Raad verklaarde dat hij ervan uitging dat de tolk Russisch enkel diende voor de registratie van zijn identiteitsgegevens. Het blijkt ook dat verzoeker zijn medewerking verleende voor het vlot verloop van de asielprocedure en inzake de vertolking geen daden stelde die de afhandeling van zijn asielaanvraag zou vertragen. De vaststelling dat verzoekers echtgenote zonder problemen in het Russisch werd gehoord en in tegenstelling tot verzoeker niet uitdrukkelijk naar een tolk Oekraïens vroeg voor de behandeling van haar asielaanvraag, alsook dat zij ter terechtzitting op 25 november 2015 spontaan van het Russisch naar het Oekraïens tolkte voor verzoeker, is een verdere aanwijzing dat verzoeker er ter goeder trouw van uit ging dat hij zijn asielrelaas in het Oekraïens zou kunnen verwoorden.