Samenvatting
De RvV vernietigt een beslissing van DVZ waarin gesteld werd dat er geen voldoende bestaansmiddelen bewezen werden, omdat het om een inkomen ging uit interim arbeid.
Het ging om een bewijs van ononderbroken tewerkstelling gedurende meer dan 10 maanden onder interim-contracten, waarbij bovendien een verdere tewerkstelling in het vooruitzicht wordt gesteld, in combinatie met een lopende deeltijdse tewerkstelling voor onbepaalde duur. De Raad noemt het kennelijk onredelijk dat de DVZ oordeelde dat de bestaansmiddelen geen stabiel en regelmatig karakter hebben.