Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 162.272 - 17-02-2016

Samenvatting

Artikel 51/4, § 1 van de vreemdelingenwet luidt:
 
“§ 1
Het onderzoek van de in de artikelen 50,50bis, 50ter en 51 bedoelde asielaanvraag geschiedt in het Nederlands of in het Frans.
De taal van het onderzoek is tevens de taal van de beslissing waartoe het aanleiding geeft alsmede die van de eventuele daaropvolgende beslissingen tot verwijdering van het grondgebied.”
 
Het wordt niet betwist dat de verzoekende partij een asielaanvraag had ingediend in de zin van het eerste lid van deze bepaling.
 
Voorts blijkt uit het administratief dossier dat een bijlage 13quinquies aan verzoeker werd gegeven op 21 november 2015 in de Franse taal in navolging van de afgewezen asielaanvraag. Deze beslissing is gesteund op artikel 7, alinea 1, 1° van de vreemdelingenwet.
 
De thans bestreden beslissing steunt eveneens op artikel 7, alinea 1, 1° van de vreemdelingenwet en meldt net zoals de beslissing van 21 november 2015 dat verzoeker in het Rijk verblijft zonder in het bezit te zijn van de bij artikel 2 van de vreemdelingenwet vereiste documenten. De bestreden beslissing verwijst, net zoals het bevel van 21 november 2015, naar de afgewezen asielaanvraag en het afgewezen beroep bij de Raad over de niet-inoverwegingname van de asielaanvraag door de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen. Daarnaast wijst de bestreden beslissing erop dat geen gevolg is gegeven aan het eerdere bevel en verzoeker niet binnen de toegekende termijn aan het eerdere gegeven bevel gevolg heeft gegeven, motief wellicht ingegeven om de afwezigheid van een termijn van vertrek te rechtvaardigen.
 
Gelet op de bewoordingen van de bestreden beslissing die naar de afgewezen asielaanvraag verwijst komt het de Raad voor dat de bestreden beslissing is genomen volgend op een onderzoek naar de asielaanvraag.
 
Uit het tweede lid van artikel 51/4, § 1 kan afgeleid worden dat niet noodzakelijkerwijze enkel het bevel om het grondgebied te verlaten onder de vorm van een bijlage 13quinquies wordt bedoeld vermits dit lid spreekt van “daaropvolgende beslissingen tot verwijdering” (eigen onderlijning) en niet van daaruit voortvloeiende beslissingen van verwijdering.
 
Waar de verwerende partij suggereert dat de bestreden beslissing een politiemaatregel is en ter kennis is gebracht in het Nederlands taalgebied zodat deze in het Nederlands dient genomen te worden, wijst de Raad erop dat artikel 1 van de gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 (verder afgekort als wet op het taalgebruik) uitdrukkelijk voorziet dat kan afgeweken worden van haar toepassingsgebied bij andersluidende wet. Artikel 1, § 1 van deze wet bepaalt immers: “Deze gecoördineerde wetten zijn toepasselijk : 1° op de gecentraliseerde en gedecentraliseerde openbare diensten van de Staat, van de provinciën, (van de agglomeraties, van de federaties van gemeenten) en van de gemeenten, voor zover zij inzake taalgebruik niet beheerst worden door een andere wet.” In casu dient artikel 51/4 van de vreemdelingenwet als een andersluidende bepaling te worden beschouwd en heeft deze als lex specialis voorrang op de toepassing van de regel dat conform artikel 39, § 1, juncto artikel 17, § 1, a, van de wet op het taalgebruik een gegeven bevel om het grondgebied te verlaten, afgegeven als politiemaatregel, in het Nederlands taalgebied, in het Nederlands moet opgesteld zijn. Voorts lijkt het woord “daaropvolgend” eerder een aanduiding te geven over de chronologie van opeenvolgende verwijderingsmaatregelen dan op een gevolgbeslissing. Wat er ook van zij, in casu blijkt, op het eerste gezicht, uit de motieven van de bestreden beslissing dat zij wel degelijk voortvloeit uit de beslissing inzake verzoekers’ asielaanvraag zodat deze beslissing in toepassing van artikel 51/4, §1 van de vreemdelingenwet in het Frans dient te worden getroffen.
 
Het onderdeel van het middel dat de schending aanvoert van artikel 51/4 van de vreemdelingenwet is prima facie gegrond.