Samenvatting
De bestreden beslissing betreft een weigering tot verblijf van meer dan drie maanden op grond van gezinshereniging nadat de verzoekende partij daartoe krachtens de geldende regelgeving een aanvraag had ingediend met het oog op gezinshereniging. Anders dan wat verwerende partij betoogt, geldt ook ten aanzien van een dergelijke beslissing de hoorplicht met dien verstande dat, zoals reeds gezegd, hieraan in beginsel is voldaan doordat de aanvrager alle nuttige elementen laat gelden die hij in de aanvraag kan en moet uiteenzetten. Indien evenwel het bestuur bij de weigering van het gevraagde voordeel rekening houdt met essentiële elementen of zich steunt op doorslaggevende gegevens die de betrokkene redelijkerwijze niet kon of niet moest kennen bij het indienen van zijn aanvraag, of steunt op redenen waarop de betrokkene in zijn aanvraag niet kon of moest anticiperen, dan dient dat bestuur, alvorens te beslissen, de betrokkene wel de mogelijkheid te bieden om op nuttige wijze zijn standpunt kenbaar te maken nopens die feiten en redenen (RvS 9 juni 2015, nr. 231.480, Degrendele).
In casu dateert de aanvraag waarvan sprake van 18 juni 2015. Blijkens de bijlage 19ter die op die datum werd afgeleverd, werd verzoeker verzocht om ten laatste op 17 september 2015 nog een aantal documenten over te leggen, zo onder meer het bewijs van voldoende bestaansmiddelen, hetgeen hij heeft gedaan in het licht van de omstandigheden die op dat ogenblik aanwezig waren.
Uiteraard is het de verwerende partij toegelaten om een ambtshalve onderzoek te voeren naar de actuele arbeidssituatie van de referentiepersoon, maar zij moet zich er dan wel, in het kader van een zorgvuldige voorbereiding en een correcte feitenvinding, voor hoeden zich niet te steunen op informatie die niet volledig is.
In casu is er enerzijds het gegeven dat de referentiepersoon inderdaad niet meer tewerkgesteld is bij de werkgever die hij had opgegeven, maar anderzijds is er ook de vaststelling dat hij een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt en dat artikel 40ter van de Vreemdelingenwet niet uitsluit dat deze in aanmerking wordt genomen in het kader van het onderzoek naar de stabiele, toereikende en regelmatige bestaansmiddelen.
Aangezien het niet wordt betwist dat verzoeker niet voorafgaand aan het nemen van de bestreden weigeringsbeslissing in de mogelijkheid werd gesteld zijn standpunt uiteen te zetten over de ambtshalve vaststelling dat de referentiepersoon niet langer tewerkgesteld was, element dat doorslaggevend is in de bestreden weigeringsbeslissing, kan hij worden bijgetreden waar hij betoogt dat het de verwerende partij als zorgvuldige overheid toekwam hem de mogelijkheid te bieden om verdere duiding te geven en hem hierover dus te horen.