Samenvatting
Verzoekers werpen op dat de bestreden beslissing geen individuele motivering bevat en louterverwijst naar de omzendbrief van 29 april 2003 betreffende de verwijdering van gezinnen met schoolgaand(e) kind(eren) van minder dan 18 jaar. - Optreden van politiediensten in scholen (hierna: omzendbrief van 29 april 2003). Verzoekers voeren aan dat deze omzendbrief enkel een interpretatieve of indicatieve waarde heeft, maar geenszins verordenend van aard is. Verzoekers werpen op dat de bestreden beslissing op geen enkele wijze ingaat op de concrete situatie van de minderjarige kinderen en hun belang om het schooljaar af te werken, hetgeen net voor hen de reden vormde om de verlenging van de termijn van de bevelen om het grondgebied te verlaten aan te vragen.
In de bestreden beslissing wordt als volgt gemotiveerd:
“Aangaande uw vraag tot verlenging van het bevel om het grondgebied te verlaten deel ik u mee dat hieraan geen gevolg kan worden gegeven.
Een verlenging om redenen van schoolgaande kinderen wordt geregeld bij omzendbrief van 29.04.2003 (gewijzigd bij de omzendbrief van 02.01.2016) waarbij de Dienst Vreemdelingen Zaken vanaf Pasen tot einde schooljaar kan beslissen -om een eerste verwijderingmaatregel genomen tijdens deze periode- op te schorten.
Betrokkenen dienen gevolg te geven aan het bevel om het grondgebied te verlaten afgeleverd op 21.01.2016 (betekend op 24.01.2016) aan Mijnheer K., R. (…); afgeleverd en betekend op 06.11.2017 aan Mevrouw K. E. (…) en drie kinderen.”
Omzendbrieven zijn aan administratieve overheden gericht en bevatten richtsnoeren nopens de interpretatie en de toepassing van de bestaande wetten en hebben geen enkel bindend karakter, ongeacht of zij bekendgemaakt zijn of niet. Omzendbrieven kunnen dan ook geen nieuwe en dwingende rechtsregels creëren, nu deze in beginsel geen verordenend karakter hebben (cf. RvS 8 januari 2009, nr. 189.323).
Verzoekers worden bijgetreden waar zij opwerpen dat de motivering niet als draagkrachtig kan worden beschouwd omdat er louter wordt verwezen naar een omzendbrief, dewelke geen verordenend karakter heeft en er niet in concreto wordt ingegaan op het door hen ingeroepen element.
Een schending van artikel 62 van de vreemdelingenwet wordt aangetoond.