Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 203.707 - 9-05-2018

Samenvatting

Uit de bestreden beslissing blijkt dat de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen op basis van het visumdossier dat werd toegevoegd aan het administratief dossier besluit dat verzoeker de Libanese nationaliteit bezit. De Raad is echter van oordeel dat op basis van deze informatie in het visumdossier verzoekers nationaliteit niet (met zekerheid) kan worden vastgesteld. Zo wordt nergens vermeld wat zijn huidige nationaliteit is. Onder “extra informatie” wordt wel aangegeven dat verzoeker bij het indienen van zijn visumaanvraag verklaarde dat hij geboren is in Kfarselwan te Libanon en dat hij bij geboorte de Libanese nationaliteit had. Uit niets blijkt echter of deze verklaringen werden geverifieerd aan de hand van documenten zoals zijn paspoort. Verzoeker legde bij zijn visumaanvraag een paspoort met nummer 2824786 voor. Dit paspoort werd evenwel niet toegevoegd aan het visumdossier en uit de informatie in kwestie kan op geen enkele wijze worden afgeleid dat het een Libanees paspoort zou betreffen, zoals wordt gesteld in de bestreden beslissing. Immers, de Raad leest in het visumdossier slechts: “Autoriteit die het reisdocument heeft afgeleverd: N/A – Maleisië”.
 
Gelet op het voorgaande, is de Raad van oordeel dat de motivering van de bestreden beslissing en de samenstelling van het administratief dossier getuigt van een gebrekkig onderzoek op grond waarvan naar het oordeel van de Raad geenszins kan worden besloten dat verzoeker over de Libanese  nationaliteit beschikt.
 
In acht genomen wat voorafgaat en mede in aanmerking genomen dat de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen de nodige onderzoeksbevoegdheid ontbeert, ontbreekt het de Raad aldus aan essentiële elementen om te komen tot de in artikel 39/2, § 1, tweede lid, 1° van de Vreemdelingenwet bedoelde bevestiging of hervorming zonder aanvullende onderzoeksmaatregelen te moeten bevelen. Bijgevolg dient de bestreden beslissing overeenkomstig artikel 39/2, § 1, tweede lid, 2° van de Vreemdelingenwet te worden vernietigd.