Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 216.270 - 31-01-2019

Samenvatting

Het gegeven dat de verzoekende partij een aantal maanden in Turkije verbleven heeft en chemotherapie ondergaan heeft, zijn geen verschoningsgronden voor voormelde manifeste tegenstrijdigheden. Ook brengt de verzoekende partij geen attest bij waaruit blijkt dat haar cognitief geheugen dermate aangetast werd door de chemotherapie dat ze geen waarheidsgetrouwe verklaringen kan afleggen omtrent de kern van haar vluchtrelaas.
 
(…)
 
In casu kan er niet betwist worden dat de verzoekende partij zich regelmatig dient te begeven naar specifieke ziekenhuizen in Kaboel stad, daargelaten de vraag of de behandeling voor de medische aandoening van de verzoekende partij effectief beschikbaar en toegankelijk is in Afghanistan in de zin van artikel 9ter van de Vreemdelingenwet gelet op het hangend annulatieberoep tegen de beslissing waarbij de aanvraag om machtiging tot verblijf op grond van artikel 9ter van de Vreemdelingenwet ongegrond wordt verklaard. Nergens uit de stukken van het administratief dossier blijkt dat de verzoekende partij vertrouwd is met de stad Kaboel. De vraag is of de verzoekende partij door zich naar French Medical institute for Children of naar de privékliniek Karte Sakhi Kabul te begeven voor de vereiste medische onderzoeken en opvolgingen, een verhoogde kwetsbaarheid heeft om slachtoffer te worden van willekeurig geweld ten gevolge van de geografische nabijheid van de medische faciliteiten bij mogelijke doelwitten of omdat deze faciliteiten zelf mogelijke doelwitten zijn. In haar aanvullende nota van 20 augustus 2018 preciseert de verwerende partij dat “omwille van de aard van de doelwitten die geviseerd worden, is het gros van de aanslagen op bepaalde plaatsen in de stad Kabul geconcentreerd.” Alhoewel de verwerende partij op de hoogte was van het gegeven dat de verzoekende partij zich voor de medische opvolging van haar aandoening dient te begeven naar specifieke ziekenhuizen in Kaboel en dat deze opvolging noodzakelijk is, brengt de verwerende partij geen informatie bij over de precieze ligging van deze ziekenhuizen, over het gegeven of deze ziekenhuizen al dan niet in de buurt van mogelijke doelwitten liggen en of deze ziekenhuizen zelf mogelijke doelwitten zouden kunnen zijn in de aanvullende nota. De verwerende partij beperkt zich tot algemene stelling dat het gros van de aanslagen op bepaalde plaatsen in de stad Kaboel geconcentreerd zijn. De informatie die aan de Raad wordt voorgelegd heeft betrekking op de algemene veiligheidssituatie in Kaboel-stad. Daar het EASO-rapport update mei 2018 aangeeft dat ziekenwagens soms gebruikt worden om aanslagen te plegen (p.29), dat ziekenwagens daarom grondig doorzocht worden op weg naar het ziekenhuis (p.29), dat er ook al bomaanslagen naast een ziekenhuis hebben plaatsgevonden, alhoewel het ziekenhuis op zich niet het doelwit was (p.30), dat het UNOCHA, Afghanistan Humanitarian Needs Overview 2018 van december 2017 –waarnaar het EASO-rapport update mei 2018 verwijst aangeeft dat er aanslagen zijn op medische faciliteiten en deze reeds gedocumenteerd zijn (EASO-rapport  update mei 2018 - p.7) en dat een krantenartikel van 7 mei 2018 melding maakt van een aanslag op een bloeddonor-centrum in het centrum van Kaboel, kan er op basis van de voorgelegde informatie niet uitgesloten worden dat de verzoekende partij geen verhoogde kwetsbaarheid heeft doordat zij zich regelmatig naar het French Medical institute for Children of een specifieke privékliniek, met name de Karte Sakhi Kabul kliniek, dient te begeven voor de noodzakelijke medische opvolging. Daar er specifieke informatie ontbreekt over de ligging van deze medische faciliteiten, over het gegeven of deze ziekenhuizen al dan niet in de buurt van mogelijke doelwitten liggen en of deze ziekenhuizen zelf mogelijke doelwitten zouden kunnen zijn, kan de Raad dit niet nader onderzoeken. Ook ligt er geen informatie voor waaruit blijkt dat de verzoekende partij zich vanuit Deh Sabz op een veilige manier naar voormelde ziekenhuizen kan begeven.
 
De elementen aanwezig in het rechtspleging onderzoeken laten de Raad niet toe dit verder te onderzoeken in het kader van onderhavig beroep.