Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 22.017 - 26-01-2009

Samenvatting

De controle van de intentie om te studeren kan niet beschouwd worden als een bijkomende voorwaarde die de verwerende partij toevoegt aan artikel 58 Vw, maar wel als een constitutief element van de aanvraag zelf. Deze controle moet wel strikt beperkt worden tot een controle van de realiteit van het studieproject dat de student voor ogen heeft (bv. een beschrijving van de reeds gevolgde studies, van de geplande studies, van de motivatie, van de toekomstmogelijkheden, reeds verworven beroepservaring), zodat de administratie eventueel kan concluderen tot een manifeste afwezigheid van een studie-intentie en bijgevolg misbruik van procedure kan vaststellen. De administratieve overheid kan evenwel geen visum weigeren op basis van een vragenlijst voorgelegd aan de student, wanneer de student niet antwoordt op alle vragen of geen pertinent bevonden antwoorden geeft op vragen die betrekking hebben op elementen verbonden aan de voorwaarden voorzien in artikel 58 Vw, waaraan de verzoeker reeds voldaan heeft.