Samenvatting
Artikel 3, lid 2 van het KB van 13 mei 2008 voegt een voorwaarde toe die niet voorzien is in artikel 40bis § 1, alinea 1, lid 2 Vw.. De wettelijke bepaling heeft het over een relatie van tenminste een jaar en de machtiging gegeven in § 2 heeft geenszins betrekking op het vaststellen van een minimale duurtijd van de relatie die in overweging genomen moet worden om het stabiele karakter van de relatie tussen de partners, vast te stellen. De machtiging heeft uitsluitend tot doel de Koning te machtigen tot het vaststellen van de criteria waaruit het stabiele en duurzame karakter van de relatie tussen de partners moet blijken. De Raad stelt vast dat uit de hiërarchie van de rechtsnormen blijkt dat een wet een hogere norm is dan een koninklijk besluit, waardoor het KB geen strengere voorwaarden kan opleggen dan de wet. De verwerende partij heeft geen correcte toepassing gemaakt van artikel 3 van het geciteerde KB door het stabiele karakter van de relatie tussen verzoeker en zijn partner te ontkennen omdat zij een relatie hebben van minder dan twee jaar.